Italiaanse woorden · niveau A1-B1
Alle woorden
De Italiaanse woorden een voor een, elk met een uitleg op zijn niveau, de uitspraak en een oefening.
95 woorden met een pagina
Per niveau
A1
- acqua
- albergo
- autobus
- autunno
- banca
- biglietto
- caffè
- camera
- cameriere
- camicia
- campagna
- capelli
- cappello
- ciao
- cinema
- colazione
- cucina
- dove
- dovere
- estate
- fare
- farmacia
- fermata
- finestra
- formaggio
- fratello
- genitori
- giallo
- giornale
- guardare
- insegnante
- internet
- inverno
- lavarsi
- letto
- lunedì
- mare
- matita
- medico
- mercoledì
- montagna
- Natale
- nonna
- nonno
- padre
- penna
- piacere
- piazza
- pomodoro
- posta
- potere
- prendere
- primavera
- quaderno
- radio
- rosso
- scarpe
- sete
- sorella
- spiaggia
- stazione
- telefono
- televisione
- treno
- vacanza
- valigia
- venerdì
- venire
- verde
- vino
- volere
A2
- armadio
- avvocato
- braccio
- cassa
- chilo
- commesso
- cugino
- divano
- frigorifero
- gamba
- incrocio
- mano
- marciapiede
- mela
- metro
- nipote
- operaio
- palestra
- passeggiata
- scontrino
- semaforo
- specchio
- testa
- zio
Per thema
Kleding en mode
Huis en meubels
Eten en drinken
Stad en plaatsen
Communicatie en media
Het lichaam
Keuken en serviesgoed
Geld en boodschappen
Gebouwen en diensten
Familie en mensen
Feesten en gedenkdagen
Werk en beroepen
Natuur en milieu
Gezondheid en geneeskunde
School en studie
Sport en vrije tijd
Techniek en apparaten
Tijd en kalender
Vervoer en reizen
Verder lezen
- De grammatica van niveau A1De regels die je nodig hebt om dit woord in een zin te gebruiken.
- Italiaanse oefeningenOefeningen met de antwoorden, zonder account en zonder registratie.
- De niveautestTwintig minuten om te weten of A1 echt jouw niveau is.
- De app TiMeer dan 4.000 woorden van de woordenlijst per niveau, met spelletjes om ze vast te zetten.