Het patroon is zo constant dat ik het inmiddels herken aan de eerste zin van een kennismakingsgesprek. "Ik doe al twee jaar Duolingo, maar ik kan nog steeds geen gesprek voeren."
Dat ligt niet aan jou en het ligt niet echt aan de app. Het is wat er gebeurt op de grens tussen herkennen en gebruiken.
Waarom het juist rond A2 misgaat
De eerste maanden voelen geweldig. Je gaat van niets naar iets, elke sessie levert zichtbaar nieuwe woorden op, en de app bevestigt dat met punten en groene vinkjes.
Rond A2 verandert er iets. Je kent genoeg woorden om een zin te begrijpen, maar niet genoeg structuur om er zelf een te bouwen die je nog nooit hebt gezien. En dat laatste is precies wat een app niet traint.
In een app kies je woorden uit een lijstje, sleep je blokjes, of typ je een vertaling van een zin die al bestaat. Wat je nooit doet is een zin bedenken die nog niet bestond, over iets dat jou aangaat, tegen iemand die terugpraat.
De drie dingen die daarna nodig zijn
Productie. Zelf zinnen maken, hardop of schriftelijk, zonder model om van te kopiëren. Dit is het onderdeel dat pijn doet en het enige dat je verder brengt.
Correctie. Een app weet of je antwoord overeenkomt met het verwachte antwoord. Hij weet niet dat jij systematisch de dubbele medeklinkers niet uitspreekt, of dat je ci weglaat omdat het Nederlandse er in je hoofd zit. Zie de tien fouten die Nederlanders maken.
Volume aan input. Op A2 heb je een paar duizend woorden gezien. Voor B1 heb je er tienduizenden nodig, in context. Dat haal je niet uit losse oefeningen: dat haal je uit lezen.
Wat een app na A2 nog wel kan
Ik ben niet tegen apps, ik ben tegen apps als hoofdmaaltijd. Na A2 zijn ze goed voor twee dingen.
Woordherhaling op het juiste moment, tien minuten per dag. En een gestructureerd traject waar je niet elke dag opnieuw hoeft te bedenken wat je gaat doen, want dat kost meer wilskracht dan het studeren zelf.
Dat tweede is precies waarom ik Ti heb gebouwd zoals hij is: een ERK-traject van A1 tot C2 met checkpoints en niveau-examens, niet een verzameling losse woordenlijstjes. Je opent hem en gaat verder waar je was.
Daarnaast zitten er 25 Italiaanse klassiekers in, herschreven per niveau, met een woordenboek dat één tik verwijderd is. Lezen is namelijk het goedkoopste antwoord op het derde probleem hierboven.
Een week die wel werkt na A2
- Elke dag, 10 minuten: woordherhaling in een app
- Drie keer per week, 15 minuten: lezen op je niveau, zonder woordenboek
- Eén keer per week, 60 minuten: spreken met iemand die corrigeert
- Passief: een podcast tijdens het lopen, een serie met Italiaanse ondertiteling
Dat is ruim drie uur, waarvan je er maar één actief hoeft in te plannen. In dat tempo zit je in ongeveer twee jaar op B1, zie Hoeveel tijd kost het om Italiaans te leren?.
Het eerlijke antwoord
Als je twee jaar een app hebt gebruikt en niet kunt spreken, heb je geen tijd verspild: je hebt een passieve basis opgebouwd die je nu kunt activeren. Dat gaat sneller dan opnieuw beginnen.
Wat je nodig hebt is niet een betere app. Het is iemand die luistert en zegt wat er misgaat. In een gratis kennismakingsgesprek hoor ik binnen een kwartier het verschil tussen wat je herkent en wat je kunt gebruiken.
Boek een gratis proefles →