Het eerlijke antwoord is dat het van vier dingen afhangt. Maar er zijn bruikbare richtgetallen, en die zijn beter dan de vage beloftes die je overal tegenkomt.
Iedereen die dit vraagt wil eigenlijk weten: kan ik dit binnen mijn termijn? Voor een vakantie in mei, voor een verhuizing volgend jaar, voor een examen in het najaar. Daarom begin ik met de getallen en pas daarna met de nuance.
De richtgetallen per niveau
Voor het Europees Referentiekader worden conventioneel de volgende studie-uren aangehouden. Het gaat om begeleide uren plus zelfstudie, cumulatief vanaf nul:
| Niveau | Uren cumulatief | Wat je dan kunt |
|---|---|---|
| A1 | 80–100 | Groeten, bestellen, jezelf voorstellen, korte zinnen begrijpen |
| A2 | 180–200 | Praten over vertrouwde dingen, je redden op reis |
| B1 | 350–400 | Gesprek voeren, hoofdlijn van een tekst volgen, e-mail schrijven |
| B2 | 500–600 | Vlot meepraten, film volgen, krant lezen |
| C1 | 700–800 | Nuance, ironie, abstracte discussie |
Twee dingen om te onthouden. Het zijn cumulatieve getallen: van B1 naar B2 is niet 500 uur maar ongeveer 150. En de afstanden worden groter naarmate je hoger komt — van niets naar A1 gaat snel, van B2 naar C1 duurt lang.
Wat dat betekent op de kalender
Vertaald naar tijd, bij verschillende intensiteiten, tot niveau B1:
| Per week | Tot A2 | Tot B1 |
|---|---|---|
| 1 uur (alleen les) | ca. 3,5 jaar | ca. 7 jaar |
| 3 uur (les + zelfstudie) | ca. 15 maanden | ca. 2,5 jaar |
| 5 uur | ca. 9 maanden | ca. 18 maanden |
| 10 uur (intensief) | ca. 5 maanden | ca. 9 maanden |
De bovenste rij is het belangrijkste getal in dit hele artikel. Eén uur les per week zonder iets ertussenin doen brengt je niet ver. Niet omdat het uur niets waard is, maar omdat je tussen twee lessen zeven dagen hebt om te vergeten wat je geleerd hebt.
De verhouding die in de praktijk werkt is ongeveer één deel les op twee delen zelfstandig werk.
Wat die uren kosten, reken ik voor in Wat kost een Italiaanse les in Nederland?. En ben je boven de vijftig, dan verandert er minder dan je denkt — dat staat in Italiaans leren na je 50e.
De vier factoren die het echt bepalen
1. Welke talen je al kent
Dit is de grootste factor, en hier hebben Nederlandstaligen een gemengd startpunt.
Nederlands is Germaans en Italiaans is Romaans, dus de grammaticale structuur ligt niet dichtbij. Maar vrijwel iedereen in Nederland kent goed Engels, en veel mensen hebben Frans of Duits op school gehad. Wie Frans kent heeft een enorme voorsprong op woordenschat — een groot deel van het vocabulaire is herkenbaar. Wie Latijn heeft gehad herkent de structuur van de werkwoorden meteen.
Heb je Spaans of Portugees? Dan mag je een derde van de bovenstaande getallen aftrekken.
2. Wat je met de taal doet buiten je studietijd
Hier zit het grootste verschil tussen mensen die op papier hetzelfde doen. Twee mensen met drie uur per week: de een luistert daarnaast Italiaanse podcasts tijdens het hardlopen en kijkt series met Italiaanse ondertiteling, de ander doet niets. Na een jaar zitten ze een heel niveau uit elkaar.
Dit hoeft geen studietijd te zijn. Muziek, series, recepten, een Italiaanse nieuwsapp op je telefoon. Het is passieve blootstelling, en die telt.
3. Of je fouten gecorrigeerd krijgt
Praten zonder correctie maakt je vlotter in je fouten. Ik zie regelmatig mensen die jaren Italiaans "spreken" met een verzameling ingeslepen fouten die niemand ooit heeft aangewezen, en die veel meer werk kosten om af te leren dan om ooit goed aan te leren.
Dit is het belangrijkste dat een docent toevoegt, en het is de reden dat een uur les niet gelijkstaat aan een uur zelfstudie.
4. Regelmaat boven intensiteit
Zes keer twintig minuten per week verslaat twee uur op zondag. Taalverwerving werkt via herhaling over tijd, en een lange sessie die daarna een week stilligt gaat grotendeels verloren.
Waar het meestal misgaat
De plateau rond A2. De eerste maanden voelen geweldig: je gaat van niets naar iets en de vooruitgang is zichtbaar. Rond A2 vlakt dat af. Je kunt genoeg om je te redden, maar niet genoeg om echt te praten, en het lijkt alsof je stilstaat. Dit is het punt waarop de meeste mensen stoppen — precies wanneer doorgaan het meeste oplevert.
Alleen les nemen. Zie de tabel hierboven. Zonder werk tussendoor duurt het jaren.
Te lang wachten met spreken. Mensen wachten tot ze "er klaar voor zijn". Dat moment komt niet. Spreken vanaf week één, met fouten, is de snelste route.
En als je een deadline hebt?
Reken terug in plaats van vooruit. Als je in maart een B1-examen wilt doen en je zit nu op A2, heb je ongeveer 150 tot 200 uur nodig. Bij zeven maanden betekent dat vijf tot zes uur per week. Is dat niet haalbaar naast je werk, dan is de sessie daarna een verstandiger doel dan een examen dat je niet haalt.
Dat soort rekensommetjes maak ik liever vooraf dan achteraf. Voor examens specifiek staat er meer in het artikel over CILS, CELI en PLIDA.
Waar sta je nu?
Al deze getallen zijn pas bruikbaar als je weet waar je begint. Het artikel Welk Italiaans niveau heb ik? helpt je dat zelf in te schatten, en de gratis oefeningen geven een concrete indicatie.
Wil je een realistische inschatting voor jouw situatie en jouw termijn? Dat is precies waar het gratis kennismakingsgesprek voor bedoeld is.
Boek een gratis proefles →