Amsterdam heeft meer aanbod voor Italiaans dan de rest van Nederland bij elkaar. Dat maakt kiezen niet makkelijker, alleen drukker.
1. Het Italiaans Cultureel Instituut
Het officiële instituut van de Italiaanse staat organiseert cursussen en culturele activiteiten. Voordeel: erkende docenten, een programma met een duidelijke opbouw, en een omgeving waarin ook films, lezingen en tentoonstellingen langskomen. Nadeel: vaste cursusblokken met vaste startdata, en groepen die groter zijn dan je zou willen als je vooral wilt spreken.
Goede keuze als je van structuur houdt, in het centrum werkt of woont, en het niet erg vindt om tot het volgende blok te wachten.
2. Volksuniversiteit en buurthuizen
Verreweg het goedkoopst, en sociaal vaak het leukst. Je zit met tien tot vijftien mensen op een vaste avond, en er ontstaan vriendschappen die de cursus overleven.
De prijs is er niet voor niets. Met vijftien mensen is de spreektijd per persoon een paar minuten per les, en het tempo wordt bepaald door het gemiddelde. Wie sneller wil, verveelt zich; wie langzamer is, raakt achter en zegt dat niet. Voor de eerste kennismaking met de taal is dat prima. Voor de stap van "ik ken woorden" naar "ik praat" is het te weinig.
3. Commerciële taalscholen
Kleinere groepen dan de volksuniversiteit, professioneler georganiseerd, en er is meestal wel iets dat begint. Prijzen liggen fors hoger. Let op twee dingen: hoe groot een groep werkelijk is (niet het maximum in de folder, maar het gemiddelde), en of je dezelfde docent houdt. Wisselende docenten kosten elke keer twee lessen aan opnieuw beginnen.
4. Een privédocent
Het duurst per uur en het snelst per uur. Je spreekt de hele les, elke fout wordt gecorrigeerd op het moment dat je hem maakt, en de inhoud is van jou: jouw werk, jouw schoonfamilie, jouw huis in Italië.
Waar het misgaat: zonder externe structuur moet de motivatie helemaal van jou komen. Wie vooral behoefte heeft aan een vaste afspraak met andere mensen, houdt het in een groep langer vol. Ik heb die afweging uitgeschreven in privéles of groepsles.
In Amsterdam geef ik les op locatie — thuis, op kantoor, of in een rustige openbare ruimte: zie Italiaanse les in Amsterdam. Werk je op de Zuidas, dan is de les vroeg in de ochtend of in de lunchpauze in je eigen vergaderzaal vaak de enige vorm die het jaar overleeft: Italiaans op de Zuidas. En woon je net buiten de ring, dan kom ik ook naar Amstelveen, Haarlem, Hoofddorp, de Zaanstreek en Almere.
5. Apps en zelfstudie
Gratis of goedkoop, altijd beschikbaar, en verrassend effectief voor woordenschat en voor de eerste maanden. Waar het stopt is even voorspelbaar: rond A2 heb je genoeg woorden om een gesprek te beginnen en geen enkele ervaring in het voeren ervan. Zie waarom je Italiaanse app na A2 stopt met werken.
Als aanvulling naast lessen is het het beste wat er is. Als vervanging niet.
Hoe je kiest
Niet op prijs, maar op de vraag waar jij vastloopt.
- Je begint bij nul en wilt zien of het iets voor je is — volksuniversiteit of app. Laag risico, lage kosten.
- Je kent de woorden maar durft niet te praten — privé of een klein groepje. Meer les van hetzelfde helpt hier niet.
- Je hebt een datum — examen, verhuizing, stage — dan privé, intensief. Zie spoedcursus.
- Je wilt vooral gezelligheid en ritme — een groep, en accepteer dat het langzamer gaat.
- Je agenda is onvoorspelbaar — privé of online, want een gemiste cursusavond komt nooit meer terug.
Eén ding dat iedereen onderschat
De reistijd. Een cursus van anderhalf uur aan de andere kant van de stad kost je in Amsterdam al snel drie uur. In september haal je dat moeiteloos. In november, na een lange dag, niet meer — en dat is het moment waarop de meeste mensen stoppen. Niet omdat ze geen Italiaans meer willen, maar omdat het te veel gedoe is geworden.
Reken die reistijd vooraf mee in je keuze. Het is de belangrijkste variabele en hij staat in geen enkele brochure.
Boek een gratis proefles →