Je cursus leert je een pizza bestellen. Wat je nodig hebt is uitleggen aan de geometra waarom de visura catastale niet klopt. Dit artikel vult dat gat.

Nederlanders kopen huizen in Le Marche, Abruzzo, Piemonte en Toscane, en lopen daarna allemaal tegen hetzelfde aan: de taal die je nodig hebt bij een huis staat in geen enkele lesmethode. Die gaat over vakantie, familie en het weer. Niet over kadastrale categorieën.

Hieronder de woorden die echt terugkomen, gegroepeerd per fase. Niet uitputtend, wel de woorden die je op enig moment gaat horen.

De mensen om je heen

Il geometra is het beroep waar geen goede Nederlandse vertaling voor is. Ergens tussen bouwkundige, landmeter en vergunningverzorger in. Bij een aankoop of verbouwing in Italië is dit vaak je belangrijkste contactpersoon, belangrijker dan de architect. Hij regelt het kadaster, de vergunningen en de papieren.

Il notaio is de notaris, maar met een grotere rol dan in Nederland: hij controleert de eigendomssituatie en de akte is bij hem verplicht.

L'agente immobiliare is de makelaar. Il commercialista is de boekhouder of belastingadviseur, en die heb je ook nodig als je alleen maar een huis bezit.

De vaklieden: il muratore (metselaar, en vaak breder: de aannemer die het werk uitvoert), l'idraulico (loodgieter), l'elettricista, l'imbianchino (schilder), il fabbro (smid, voor hekwerk en luiken), il falegname (timmerman).

Bij de aankoop

  • la visura catastale — kadastraal uittreksel, waar je huis officieel staat beschreven
  • il catasto — het kadaster zelf
  • la proposta d'acquisto — het bod
  • il compromesso of preliminare — de voorlopige koopovereenkomst
  • la caparra — de aanbetaling, meestal tien procent
  • il rogito — de eigendomsakte bij de notaris, het moment waarop het van jou is
  • l'atto di compravendita — de koopakte
  • l'agibilità of abitabilità — de verklaring dat het huis bewoonbaar is
  • l'APE — het energielabel
  • il condono edilizio — legalisering achteraf van iets dat zonder vergunning is gebouwd. Kom je vaker tegen dan je zou willen
  • il codice fiscale — het Italiaanse fiscaal nummer, dat je nodig hebt voordat je überhaupt iets kunt tekenen

Twee woorden om extra op te letten. Difformità betekent dat wat er staat niet overeenkomt met wat op papier staat. En abusivo betekent zonder vergunning gebouwd. Als een van die twee valt, is dat het moment om heel goed op te letten.

Bij de verbouwing

  • la ristrutturazione — de verbouwing
  • il preventivo — de offerte. Het woord dat je het vaakst zult gebruiken
  • il capitolato — het bestek, de omschrijving van wat er precies gedaan wordt
  • i lavori — het werk, de werkzaamheden
  • l'impianto — de installatie: impianto elettrico, impianto idraulico, impianto di riscaldamento
  • la caldaia — de cv-ketel
  • l'allaccio — de aansluiting op water, gas of stroom
  • la fossa biologica — de septic tank, buiten de dorpskern vrijwel altijd relevant
  • il tetto, le travi (balken), gli infissi (kozijnen en ramen), le persiane (luiken)
  • l'intonaco — het stucwerk
  • la SCIA en il permesso di costruire — de twee soorten vergunning

De belastingen en rekeningen

  • l'IMU — onroerendezaakbelasting, die je op een tweede woning wél betaalt
  • la TARI — afvalstoffenheffing
  • le utenze — de nutsvoorzieningen
  • la bolletta — de rekening van water, gas of stroom
  • il bonifico — de bankoverschrijving
  • la residenza — de officiële inschrijving in de gemeente, die veel fiscale gevolgen heeft

Vijf zinnen die je gaat gebruiken

  • Mi può fare un preventivo scritto? — Kunt u een schriftelijke offerte maken?
  • Quando pensa di poter iniziare i lavori? — Wanneer denkt u te kunnen beginnen?
  • Questo è compreso nel prezzo? — Zit dit in de prijs?
  • Non ho capito bene, me lo può ripetere più lentamente? — Ik heb het niet goed begrepen, kunt u het langzamer herhalen?
  • Preferisco avere tutto per iscritto. — Ik heb het liever allemaal op papier.

Die laatste is de belangrijkste van de vijf, en hij is in Italië minder vanzelfsprekend dan in Nederland. Hem beleefd kunnen zeggen scheelt je gedoe.

Waarom Engels hier niet genoeg is

In de toeristische gebieden red je je met Engels bij de makelaar. Bij de geometra in een dorp van tweeduizend inwoners, bij de aannemer, bij het gemeentekantoor en aan de telefoon met het energiebedrijf niet.

En dat is precies waar het misgaat: niet bij de aankoop, waar iedereen zijn best doet omdat er geld te verdienen valt, maar in de jaren daarna. Een buurman die iets zegt over de erfgrens. Een brief van de gemeente. Een rekening die niet klopt.

Je hoeft daarvoor geen C1. Met een stevige A2 en deze woordenschat kom je een heel eind, omdat je dan weet waar het over gaat en gericht kunt doorvragen.

Hoe pak je dit aan?

Bouw eerst een normale basis op — zonder werkwoorden en zinsbouw heb je aan losse vaktermen niets. Dat is ongeveer honderdtachtig uur tot A2, zie Hoeveel tijd kost het om Italiaans te leren?.

Voeg daarna deze woordenschat toe, en oefen vooral het telefoneren. Aan de telefoon valt lichaamstaal weg en dat is precies waar Nederlanders in Italië vastlopen.

Een praktische tip: bewaar elke brief en elke offerte die je krijgt. Dat is je echte lesmateriaal — het gaat over jouw huis, dus je onthoudt het.

Ik werk regelmatig met mensen die een huis in Italië hebben, en dan doen we precies dit: hun eigen papieren als tekst. Wil je weten of dat bij jou past? Gratis kennismakingsgesprek.

Boek een gratis proefles →