Het tegenargument is altijd hetzelfde: iedereen spreekt toch Engels. Dat klopt in de boardroom en klopt niet in de fabriek, bij de leverancier, of op het moment dat een onderhandeling vastloopt.
Italië is een van de grootste handelspartners van Nederland, en het aandeel van het Italiaanse bedrijfsleven dat vlot Engels spreekt is kleiner dan Nederlanders aannemen — zeker buiten Milaan, en zeker in het MKB, dat het overgrote deel van de Italiaanse economie uitmaakt.
Waar Engels ophoudt te werken
Bij de tweede laag. Je contactpersoon spreekt Engels. De productieleider, de kwaliteitsmanager en de planner niet. En dat zijn de mensen die bepalen of je levering op tijd is.
Als het spannend wordt. Bij een klacht, een vertraging of een prijsonderhandeling schakelen mensen terug naar hun moedertaal. Wie dan niets meekrijgt van het overleg aan de andere kant van de tafel, staat op achterstand.
In de informele momenten. De lunch, de rit naar de fabriek, de koffie voor de vergadering. In de Italiaanse zakencultuur wordt daar meer beslist dan in de vergadering zelf. Wie daar alleen kan meeluisteren, mist waar het over ging.
Wat je nodig hebt is niet "meer Italiaans"
Het gaat om vier specifieke dingen, en die zijn los te leren van algemeen taalniveau.
1. Het formele register
De beleefdheidsvorm Lei, en het feit dat die in de derde persoon werkt. Daarnaast de conditionalis, die in zakelijke context bijna verplicht is:
- Vorrei proporre… — ik zou willen voorstellen
- Potremmo valutare… — we zouden kunnen bekijken
- Sarebbe possibile…? — zou het mogelijk zijn…?
- Mi permetto di ricordarle che… — ik veroorloof me u eraan te herinneren dat…
Die laatste is de Italiaanse manier om te zeggen dat iemand iets te laat is. Nederlandse directheid — "je bent te laat met de levering" — komt daar hard binnen.
2. E-mails
Italiaanse zakelijke correspondentie is formeler dan de Nederlandse. Een mail die begint met Ciao Marco tegen iemand die je nooit ontmoet hebt, valt op.
- Gentile Dottor Rossi / Gentile Ingegner Bianchi — titels worden in Italië daadwerkelijk gebruikt, ook informeel
- In riferimento alla Sua e-mail del… — met betrekking tot uw mail van…
- Resto a disposizione per qualsiasi chiarimento — ik blijf beschikbaar voor toelichting
- Cordiali saluti — met vriendelijke groet
- In attesa di un Suo riscontro — in afwachting van uw reactie
Merk op dat Suo en Le met een hoofdletter worden geschreven in de beleefdheidsvorm. Dat is geen detail: het wordt gelezen als respect.
3. Telefoneren
Dit is voor bijna iedereen het moeilijkste, omdat lichaamstaal wegvalt en het tempo hoog ligt.
- Pronto? — hoe je opneemt
- Sono Jan de Vries della ditta X — u spreekt met…
- Potrei parlare con…? — zou ik kunnen spreken met…?
- Le dispiace se le mando una mail di riepilogo? — vindt u het erg als ik een samenvattende mail stuur?
Die laatste is je vangnet: als je de helft niet verstaan hebt, vat je het schriftelijk samen en laat je bevestigen. Dat is ook zakelijk gewoon verstandig.
4. Je eigen vakgebied
Honderd woorden uit je sector doen meer dan duizend algemene woorden. Een inkoper heeft fornitore, preventivo, consegna, termini di pagamento, fattura en reclamo nodig. Een technicus heeft heel andere honderd woorden nodig.
Dit is precies wat een groepscursus niet kan leveren — zie Privéles of groepsles Italiaans?.
De culturele codes
De relatie gaat vóór de transactie. De eerste ontmoeting gaat vaak nauwelijks over zaken. Dat is geen tijdverspilling maar de fase waarin besloten wordt of men met je verder wil.
"Ja" betekent niet altijd ja. Een direct "nee" wordt in Italië vaker vermeden dan in Nederland. Vediamo ("we zien wel") en ci sentiamo ("we spreken elkaar") kunnen instemming zijn of een beleefde afwijzing. Het verschil zit in de toon, niet in de woorden.
Hiërarchie is zichtbaar. Wie wat beslist is minder plat georganiseerd dan bij een Nederlands bedrijf. De persoon met wie je het prettigst praat, is niet altijd degene die tekent.
Directheid landt anders. Nederlandse duidelijkheid wordt gewaardeerd zodra er een relatie is, en als bot ervaren zolang die er niet is. De volgorde is dus: eerst relatie, dan duidelijkheid.
Hoeveel tijd?
Voor functioneel zakelijk Italiaans — mail schrijven, telefoneren, een vergadering volgen — heb je ongeveer B1 nodig, plus je eigen vakwoordenschat. Dat is zo'n 350 tot 400 uur vanaf nul, zie Hoeveel tijd kost het om Italiaans te leren?.
Heb je al een basis, dan gaat het veel sneller: het formele register en je vaktermen erbovenop zijn een kwestie van maanden, niet jaren.
Voor teams
Ik geef ook les aan teams, en dan werken we met jullie eigen materiaal: echte mails, echte offertes, echte gesprekken die zijn misgelopen. Dat werkt beter dan een methode, omdat de motivatie ingebouwd is.
Wil je bespreken wat er in jullie situatie nodig is? Gratis kennismakingsgesprek, ook voor bedrijven.
Boek een gratis proefles →