Sinds het veiligheidsdecreet van 2018 moet je bij een aanvraag voor de Italiaanse nationaliteit aantonen dat je Italiaans beheerst op minstens niveau B1. Hier staat wat dat concreet betekent, en welke keuze de meeste mensen verkeerd maken.
Als je Italiaans wordt via huwelijk of via naturalisatie, is de taaleis niet optioneel en niet onderhandelbaar. Je moet het bewijs meesturen bij de aanvraag zelf — je kunt niet eerst indienen en het certificaat later nasturen. Dat maakt de planning belangrijker dan mensen doorgaans denken.
Wat is er precies vereist?
Voor het verkrijgen van de Italiaanse nationaliteit via huwelijk of bij wet is kennis van het Italiaans vereist op een niveau niet lager dan B1 van het Europees Referentiekader.
Je kunt dat op twee manieren aantonen: met een diploma van een door de Italiaanse staat erkende onderwijsinstelling, of met een taalcertificaat van een erkende certificerende instelling.
Die tweede route is voor vrijwel iedereen in Nederland de enige haalbare.
Welke certificaten tellen — en welke niet
De erkende instellingen zijn er precies vijf: de Università per Stranieri di Siena (CILS), de Università per Stranieri di Perugia (CELI), de Università Roma Tre (CERT.IT), de Società Dante Alighieri (PLIDA) en de Università per Stranieri di Reggio Calabria (Ce.Co.L).
Certificaten van andere instellingen worden niet geaccepteerd. Dat klinkt streng en dat is het ook. Ik zie met enige regelmaat mensen die een cursus hebben afgerond bij een taalinstituut, daar een certificaat van hebben gekregen met "B1" erop, en ervan uitgaan dat ze klaar zijn. Dat certificaat heeft geen waarde voor de aanvraag.
Controleer dus vóór je je inschrijft of de examenlocatie daadwerkelijk een erkende sede is van een van deze vijf. Een goede school zegt dat uit zichzelf en zet het op de site.
Het verschil tussen B1 en "B1 Cittadinanza"
Dit is het punt waar het misgaat, en de reden dat ik dit artikel geschreven heb.
De certificerende instellingen hebben na 2018 een apart examen ontwikkeld, speciaal voor mensen die de nationaliteit aanvragen: CILS B1 Cittadinanza, PLIDA B1 Cittadinanza, CELI 2 Cittadinanza. Het is korter, meestal goedkoper, en gericht op precies wat de wet vraagt.
Maar het B1 Cittadinanza toetst een aanzienlijk beperkter deel van de taalvaardigheid dan het gewone B1, en daardoor is het uitsluitend bruikbaar voor de staatsburgerschapsaanvraag. Niet voor werk, niet voor studie, niet voor een beroepsopleiding.
Een concreet voorbeeld: met een B1 Cittadinanza kun je je niet inschrijven voor de Italiaanse OSS-opleiding in de zorg. Daar is het gewone B1 Standard voor nodig.
Dus: gaat het je puur om het paspoort, en verwacht je het certificaat nooit ergens anders voor nodig te hebben? Dan is B1 Cittadinanza sneller en goedkoper. Sluit je niet uit dat je ooit in Italië wilt werken of studeren? Neem dan het gewone B1. Het verschil in inspanning is kleiner dan het verschil in bruikbaarheid.
Wat betekent B1 in de praktijk?
B1 is geen hoog niveau, maar ook niet triviaal. Op B1 kun je een gesprek voeren over vertrouwde onderwerpen, de hoofdlijn van een duidelijke tekst volgen, een eenvoudige brief of e-mail schrijven, en vertellen over ervaringen, plannen en wensen met een korte toelichting.
Wat je op B1 níet hoeft te kunnen: nuances, ironie, abstracte discussies, of de congiuntivo foutloos gebruiken.
Concreet betekent dit dat je de tegenwoordige tijd, de voltooide tijd, het imperfetto en de toekomende tijd moet beheersen, plus een woordenschat van ruwweg 2000 woorden. Voor wie geen Italiaanse achtergrond heeft en bij nul begint, is zes tot negen maanden serieus studeren realistisch. Voor wie thuis of in de familie al Italiaans hoort, kan het aanzienlijk sneller.
De valkuil: mondeling sterk, schriftelijk zwak
Dit is verreweg het vaakst voorkomende profiel bij mensen die zakken.
Wie een Italiaanse partner heeft of veel in Italië komt, pikt de taal op via gesprekken. Het spreken gaat vloeiend, het luisteren gaat goed, en dat geeft een gevoel van beheersing. Maar bij alle examens moet je voor élk onderdeel apart een voldoende halen. Sterk spreken compenseert zwak schrijven niet.
En schrijven is precies wat je nooit doet als je de taal via gesprekken hebt geleerd. Je hebt nooit een accent hoeven zetten, nooit hoeven kiezen tussen e en è, nooit een tekst hoeven structureren.
Als je jezelf hierin herkent: begin met schrijven, niet met spreken. Dat voelt onnatuurlijk omdat het het onderdeel is waar je het minste plezier aan beleeft, maar het is waar je punten laat liggen.
Planning: begin bij de kalender
Het aantal examensessies per jaar is beperkt en de inschrijving sluit ongeveer een maand van tevoren. Kijk dus eerst wanneer de sessies zijn en reken terug.
Een werkbaar schema ziet er ongeveer zo uit. Bepaal eerst je huidige niveau — eerlijk, niet optimistisch. Reserveer daarna het grootste deel van de tijd voor het niveau zelf. Schrijf je in zodra de inschrijving opengaat, want sessies zitten vol. En gebruik de laatste zes tot acht weken uitsluitend voor examenoefening met echte opgaven.
Die laatste periode is geen luxe. Het examen heeft een vast format en een strak tijdslimiet, en wie dat voor het eerst tegenkomt op de examendag verliest punten die niets met taalvaardigheid te maken hebben.
Praktische informatie
Kosten: [DA VERIFICARE: tarieven B1 Cittadinanza en B1 Standard]. Sessies in Nederland: [DA VERIFICARE: sedi en data]. Geldigheid: taalcertificaten van de erkende instellingen verlopen niet.
Waar begin je?
Als je nog niet weet waar je staat, begin dan daar. Mijn gratis oefeningen geven een eerste indicatie, en de B1-leesboeken zijn een goede manier om te merken of dat niveau haalbaar aanvoelt of nog ver weg is.
Wil je weten of jouw termijn realistisch is? In een gratis kennismakingsgesprek bepalen we je niveau en kijken we of de eerstvolgende sessie haalbaar is of dat je beter de sessie daarna kunt mikken. Dat is een eerlijker antwoord dan een cursus verkopen die te laat komt.
Zie ook: CILS, CELI of PLIDA — zo kies je het juiste certificaat.
Boek een gratis proefles →