Grammatica · A1
De tegenwoordige tijd
door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Drie werkwoordfamilies, drie reeksen uitgangen, en met de presente bestel je, vraag je, betaal je, leef je. Het is de tijd die negentig procent van je eerste gesprekken draagt.
- 4min lezen
- 17min oefeningen
- A1niveau
Wat je leert
- tu, lui / lei, noi, voi, loro
- Wanneer gebruik je de tegenwoordige tijd
- De regelmatige werkwoorden
- Woordenschat: la colazione al bar
Italiaans en het Nederlands naast elkaar
Voor vragen en ontkenningen heb je in het Italiaans geen hulpwerkwoord en geen inversie nodig: parli?, non parlo. Elke persoon heeft een eigen uitgang, dus de zes vormen zien er echt anders uit dan het Nederlandse rijtje. En let op: één Italiaanse tegenwoordige tijd dekt zowel ik werk als ik ben aan het werken.
De tegenwoordige tijd zegt wat nu gebeurt en wat altijd gebeurt.



De woorden van deze pagina
Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.
De regelmatige werkwoorden
| parl-ARE | prend-ERE | dorm-IRE | fin-IRE (-isc) | |
|---|---|---|---|---|
| io | parlo | prendo | dormo | finisco |
| tu | parli | prendi | dormi | finisci |
| lui / lei | parla | prende | dorme | finisce |
| noi | parliamo | prendiamo | dormiamo | finiamo |
| voi | parlate | prendete | dormite | finite |
| loro | parlano | prendono | dormono | finiscono |
De zes onregelmatige die je elke dag gebruikt
| Werkwoord | Presente | In de bar |
|---|---|---|
| essere | sono, sei, è, siamo, siete, sono | il caffè è pronto |
| avere | ho, hai, ha, abbiamo, avete, hanno | avete un tavolo fuori? |
| andare | vado, vai, va, andiamo, andate, vanno | vado al bancone |
| fare | faccio, fai, fa, facciamo, fate, fanno | faccio colazione qui |
| stare | sto, stai, sta, stiamo, state, stanno | come stai? |
| venire | vengo, vieni, viene, veniamo, venite, vengono | vieni al bar con me? |
De meest gemaakte fouten
tu parlare italiano?→ parli italiano? (het werkwoord wordt altijd vervoegd)noi preferimo il tè→ noi preferiamo il tè (preferire is een -isc-werkwoord, maar niet bij noi/voi)loro fa colazione→ loro fanno colazione (derde persoon meervoud)
Wist je dat?
Het Italiaans laat het onderwerp weg omdat de werkwoordsuitgang het al verklapt, en dat is rechtstreeks uit het Latijn overgeërfd: amo betekende tweeduizend jaar geleden al «ik heb lief», zonder ego. Het Nederlands en het Engels raakten die mogelijkheid kwijt toen hun uitgangen afsleten. Italiaans, Spaans, Portugees en Pools hielden hem; Frans verloor hem in de spraak maar bewaarde hem in de spelling.
Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een ansichtkaart uit Bologna.
Cara mamma,
ogni mattina entro nello stesso bar. Ordino un caffè, il barista mi chiede come va, io rispondo «bene» e lui ride.
Bevo in piedi come tutti: paghiamo alla cassa e usciamo in due minuti. Capisco quasi tutto, parlo ancora poco.
Domani parto per Firenze. Ti chiamo quando arrivo.
Un bacio, Sanne
ITALIANE
C.P.
Prinsengracht 44
1015 DK Amsterdam
Vragen
Dove beve il caffè Sanne?
«Capisco» viene dal verbo…
«Domani parto» è al presente. Perché?

Oefeningen
Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.
01 I verbi in -are
Vul de tegenwoordige tijd in.
- io (parlare)
- tu (lavorare)
- lui (mangiare)
- noi (abitare)
- voi (studiare)
- loro (comprare)
02 -ere e -ire
Vul de tegenwoordige tijd in.
- io (prendere)
- tu (scrivere)
- lei (leggere)
- noi (dormire)
- voi (aprire)
- loro (vivere)
03 Quelli con -isc-
Finire, capire, preferire, pulire krijgen -isc- in vier van de zes personen. Vul aan.
- io (capire)
- tu (finire)
- lui (preferire)
- noi (capire)
- voi (finire)
- loro (pulire)
04 Gli irregolari di tutti i giorni
Vul aan. Dit zijn de zes werkwoorden die je het meest gebruikt.
- io (andare) a casa.
- tu (fare) colazione?
- lei (venire) con noi.
- noi (stare) bene.
- voi (uscire) stasera?
- loro (dare) una mano.
- io (fare) il caffè.
05 Una giornata
Vul de tekst aan met de tegenwoordige tijd. Let ook op de lidwoorden en de overeenkomst.
Herhaling pronomi soggetto · articoli · aggettivi
- La mattina (io / svegliarsi tardi) e (fare) colazione.
- Poi (andare) in ufficio con metropolitana.
- Marta e Luca (lavorare) con me: (loro / essere) molto simpatic.
- All’una noi (mangiare) insieme.
- La sera (io / preferire) stare a casa: (leggere) un libro.
- E tu, cosa (fare) di solito?
Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →
Neem deze pagina mee
Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.



Elk onderwerp, een wereld
In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.
Halve leerlijn gratis, zonder account
★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018
Download Ti voor iPhone ↗︎Zoek op amo Italiaans

Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: de chat van een bar.
2 partecipanti
Vragen
A che ora chiude il bar la sera?
«Prendo» e «prendi»: che cosa cambia tra le due forme?
Completa: «Noi ___ il caffè al banco» (bere).
Nog een tekst over dit onderwerp? Een ansichtkaart uit Bologna · De weekagenda
Nog één keer
Vervoeg in de presente:
- Ogni mattina (io) un cappuccino.
- A che ora il bar?
- Noi il tavolo fuori.
- I miei amici qui ogni domenica.
- Tu che cosa di bello oggi?
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je De tegenwoordige tijd in het Italiaans?
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
noi preferimo il tè→ noi preferiamo il tè (preferire is een -isc-werkwoord, maar niet bij noi/voi)loro fa colazione→ loro fanno colazione (derde persoon meervoud)