
GRAMMATICA
De passato prossimo
Dit is de verleden tijd die je in gesproken Italiaans het vaakst nodig hebt. Twee hulpwerkwoorden, één regel over de uitgang, en een lijstje uitzonderingen.
De helft van A1 is open, zonder account
Begin met A1 ↗︎★★★★★(11)van Alessio, docent sinds 2018
Zoek op
amo Italiaans
Abonnement vanaf €5,83 per maand, jaarabonnement
Hoe je hem maakt
Hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd plus het voltooid deelwoord, net als in het Nederlands.
- Werkwoorden op -are: deelwoord op -ato. parlare wordt parlato.
- Werkwoorden op -ere: deelwoord op -uto. credere wordt creduto.
- Werkwoorden op -ire: deelwoord op -ito. finire wordt finito.
Ho parlato con Marco: ik heb met Marco gesproken. Abbiamo finito: we zijn klaar.
Essere of avere: de scheidslijn
De meeste werkwoorden nemen avere. Met essere gaan:
- werkwoorden van beweging en richting: andare (gaan), venire (komen), partire (vertrekken), arrivare, tornare, entrare, uscire, salire, scendere;
- werkwoorden van verandering van toestand: nascere (geboren worden), morire, diventare (worden), crescere, restare, rimanere;
- essere en stare zelf: sono stato a Roma, ik ben in Rome geweest;
- alle wederkerende werkwoorden: mi sono alzato, ik ben opgestaan.
Bij essere beweegt het deelwoord mee met het onderwerp: sono andato (man), sono andata (vrouw), siamo andati (groep), siamo andate (alleen vrouwen). Bij avere blijft het deelwoord onveranderd: ho mangiato, of je nu man of vrouw bent.
De onregelmatige deelwoorden die je echt nodig hebt
- fare: fatto. Ho fatto la spesa, ik heb boodschappen gedaan.
- dire: detto. leggere: letto. scrivere: scritto.
- prendere: preso. chiedere: chiesto. rispondere: risposto.
- vedere: visto. venire: venuto. aprire: aperto.
- essere: stato. rimanere: rimasto. perdere: perso.
- bere: bevuto. vivere: vissuto. mettere: messo.
Deze twintig dekken het grootste deel van wat je in gesprekken tegenkomt. De rest komt vanzelf mee.
Wanneer je hem gebruikt, en wanneer niet
De passato prossimo is voor afgeronde gebeurtenissen: ieri ho visto un film, gisteren heb ik een film gezien.
Voor gewoontes, beschrijvingen en achtergronden gebruikt het Italiaans de imperfetto: da bambino andavo al mare ogni estate, als kind ging ik elke zomer naar zee. Het verschil is niet hoe lang geleden iets was, maar of het een gebeurtenis is of een toestand.
In gesproken Italiaans vervangt de passato prossimo bijna altijd de literaire passato remoto (andai, feci). Die laatste kom je vooral in boeken tegen, en in het zuiden ook in spreektaal.
Grammatica die blijft hangen
In
amo Italiaans staat elk grammaticapunt in een traject met oefeningen, uitgelegd in het Nederlands.
De app die jouw taal spreekt
amo Italiaans gidst je door Italiaans vanaf A1 in het Nederlands. iOS, gratis om te beginnen.
De helft van A1 is open, zonder account
Begin met A1 ↗︎Abonnement vanaf €5,83 per maand, jaarabonnement
Zie
amo Italiaans in actie
ERK-traject, oefeningen, edicola en Italiaanse klassiekers op niveau, van A1 tot C2, in 17 talen.


















Meer van Thuis Italiaans
Boeken per niveau · Italiaanse les online of bij jou · 700+ gratis oefeningen · Gratis gidsen om Italiaans te leren