Download on the App StoreVerder in de appIn de app
Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · B2

De pronominale werkwoorden

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een man met rugzak drinkt uit een fles, met Positano achter zich · Italiaanse grammatica B2
Ik trek het niet meer, ik ben weg: echte spreektaal reist in blokken.

Dit zijn werkwoorden met ingebouwde partikels, het hart van jonge spreektaal: farcela (het redden), andarsene (weggaan), fregarsene (het niks kunnen schelen), volerci (nodig zijn). Het woordenboek alleen volstaat niet: leer ze als blokken.

  • 4min lezen
  • 15min oefeningen
  • B2niveau

Wat je leert

  • farcela, andarsene, fregarsene, cavarsela, volerci, metterci
  • Wanneer gebruik je de pronominale werkwoorden
  • De meest gemaakte fouten
  • Woordenschat: il trasloco

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Voor farcela, andarsene, cavarsela bestaat geen Nederlands equivalent. Ze lijken op werkwoord + voornaamwoorden maar gedragen zich als één woord met eigen betekenis: ce l'ho fatta = het is me gelukt. Leer ze als geheel.

Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De zes van de straat

WerkwoordBetekentHoe het klinkt
farcelariuscirenon ce la faccio più, raga
andarseneandare viaè tardi, me ne vado
fregarsenenon curarsise ne frega dei voti
cavarselauscirne beneme la sono cavata all’esame
volerciessere necessarioci vuole pazienza, ci vogliono due ore
metterciimpiegare tempoquanto ci metti a prepararti?
In de verleden tijd: farcela en cavarsela nemen essere met aanpassing aan de la (ce l’ho fatta, se l’è cavata); andarsene ook (se n’è andata). Volerci past zich aan aan de zaak: c’è voluta un’ora, ci sono volute due ore.

De meest gemaakte fouten

  • non la faccio piùnon ce la faccio più (het blok is farcela, met zijn ce)
  • me ne ho andato prestome ne sono andato presto (andarsene neemt essere)
  • ci vuole tre ore per arrivarcici vogliono tre ore (volerci past zich aan)

Wist je dat?

Werkwoorden als andarsene, farcela, cavarsela en prendersela hebben voornaamwoorden ingebouwd die geen aparte betekenis meer hebben: je kunt ze niet uit elkaar halen. Farcela is niet «het daar doen» maar «het redden». Ze zijn typisch voor spreektaal en heel frequent, en het is precies dit soort werkwoorden dat het verschil maakt tussen correct en natuurlijk Italiaans.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een chat tijdens de verhuizing.

LLuca
sta scrivendo…
L
LucaAllora, il trasloco? Ce la fai da solo?14:20
Non ce la faccio più: sesto piano senza ascensore. Ci vogliono almeno altre due ore.14:21
L
LucaArrivo, dai. Il divano com'è andato?14:22
Me la sono cavata con un graffio. Il vicino invece se l'è presa perché ho bloccato le scale dieci minuti.14:24
L
LucaNon prendertela, capita a tutti. Porto io le pizze.14:25
Grazie! La vecchia padrona di casa invece se n'è andata senza salutare. E sai che c'è? Non me ne importa niente.14:26

Vragen

Perché il trasloco è così faticoso?

Perché il vicino se l'è presa?

«Me la sono cavata con un graffio»: cavarsela significa…

«Ci vogliono altre due ore»: perché «vogliono» al plurale?

Completa: «Basta, io ___!» (andarsene, presente).

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Farcela, andarsene

    Vul het pronominale werkwoord in de tegenwoordige tijd in.

    1. (io / farcela) da solo.
    2. (tu / andarsene) già?
    3. (noi / farcela) a finire per le sei.
    4. (loro / andarsene) senza salutare.
    5. (io / non farcela) più.
    6. (voi / andarsene) presto?

  2. 02 Cavarsela, sentirsela, prendersela

    Vul aan.

    1. In italiano (io / cavarsela) abbastanza bene.
    2. (tu / sentirsela) di parlare in pubblico?
    3. Non (lei / prendersela) per una sciocchezza.
    4. (noi / cavarsela) con poco.
    5. (io / non sentirsela) di dirglielo.
    6. (loro / prendersela) sempre con me.

  3. 03 Al passato

    Ze nemen essere, en het deelwoord komt overeen met la. Vul aan.

    1. (io / farcela) per un soffio.
    2. (lei / andarsene) alle otto.
    3. (noi / cavarsela) bene.
    4. (tu / prendersela) troppo.
    5. (loro / non sentirsela) di venire.
    6. (io / andarsene) prima della fine.

  4. 04 Che cosa vogliono dire

    Koppel het werkwoord aan de betekenis: riuscire, allontanarsi, offendersi, avere coraggio, arrangiarsi, non sopportare più.

    1. farcela →
    2. andarsene →
    3. prendersela →
    4. sentirsela →
    5. cavarsela →
    6. non poterne più →

  5. 05 Il messaggio a un amico

    Vul pronominale werkwoorden, de verleden tijd en voornaamwoorden in.

    Herhaling gerundio e participio · B1: pronomi combinati

    1. Ciao, scusa se ieri (io / andarsene) senza salutare.
    2. (io / non sentirsela) di restare: ero troppo stanco.
    3. Spero che tu (non prendersela) .
    4. Con il lavoro (io / non poterne) più: sono tre settimane così.
    5. Però (io / farcela) a consegnare tutto in tempo.
    6. Se (tu / avere) tempo sabato, (noi / vedersi) ?

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een adviesrubriek in de krant.

La posta · Rubriche della Sera
rubrichedellasera.it/posta

«Non ce la faccio più con il mio coinquilino»

Caro Michele, ho letto la tua lettera due volte. Il coinquilino che se ne va ogni weekend lasciando i piatti nel lavandino: conosco bene il tipo.

Primo: non prendertela in silenzio. Chi tace poi esplode, e ci rimette sempre chi aveva ragione.

Secondo: parlagli. Se ci tieni alla convivenza, diglielo con calma; ci vuole il momento giusto, e non è il lunedì mattina.

E se dopo tutto questo non cambia niente? Allora vattene senza sensi di colpa: ce la si fa benissimo anche da soli, e spesso si respira meglio.

In bocca al lupo: faccelo sapere, come finisce.

Vragen

Che cosa fa il coinquilino ogni weekend?

Qual è il momento sbagliato per parlargli?

«Ci rimette sempre chi aveva ragione»: rimetterci significa…

«Se ci tieni alla convivenza»: tenerci a significa…

Completa: «Tranquillo, ___ da solo» (farcela, io, presente).

Nog een tekst over dit onderwerp? De groepschat van de klas

Nog één keer

Neem ze als blokken:

  1. L’esame era tosto, ma .
  2. Che noia questa festa: .
  3. Quanto ad arrivare in centro?
  4. Per capire lo slang orecchio.
  5. Lui di quello che pensano.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De pronominale werkwoorden in het Italiaans?
Ik trek het niet meer, ik ben weg: echte spreektaal reist in blokken. Dit zijn werkwoorden met ingebouwde partikels, het hart van jonge spreektaal: farcela (het redden), andarsene (weggaan), fregarsene (het niks kunnen schelen), volerci (nodig zijn). Het woordenboek alleen volstaat niet: leer ze als blokken.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • me ne ho andato prestome ne sono andato presto (andarsene neemt essere)
  • ci vuole tre ore per arrivarcici vogliono tre ore (volerci past zich aan)
Zijn er oefeningen en een PDF over De pronominale werkwoorden?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Wat zijn de belangrijkste?
Andarsene (weggaan), farcela (het redden), cavarsela (zich eruit redden), prendersela (het zich aantrekken), metterci (tijd nodig hebben), volerci (nodig zijn), sentirsela (het aandurven).
Hoe vervoeg je andarsene?
Me ne vado, te ne vai, se ne va, ce ne andiamo, ve ne andate, se ne vanno. In de voltooide tijd met essere: me ne sono andato.
Wat betekent non ce la faccio?
«Ik red het niet», een van de meest gebruikte uitdrukkingen van het Italiaans. Zowel fysiek (ik kan niet meer) als praktisch (het lukt me niet). In de verleden tijd: non ce l'ho fatta.
Wat is het verschil tussen volerci en metterci?
Ci vuole is onpersoonlijk: er is nodig. Ci metto is persoonlijk: ik doe erover. Ci vogliono due ore, maar io ci metto tre ore.
Waarom staat er zowel ce als la in farcela?
Omdat de vaste vorm allebei bevat, zonder dat ze nog iets aanwijzen. Dit soort kristallisatie komt in veel talen voor, zoals het Nederlandse «het maken» waarin «het» ook nergens naar verwijst.