Download on the App StoreVerder in de appIn de app
Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A2

De directe voornaamwoorden

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een Napolitaanse groenteboer in 1970, met kratten en prijskaartjes in lire · Italiaanse grammatica A2
Lo assaggio, la prendo, li peso: op de markt gaan de voornaamwoorden aan het werk.

Directe voornaamwoorden vervangen het lijdend voorwerp zodat je het niet herhaalt: compri il pecorino? Sì, lo compro. Ze staan voor het werkwoord, en in de verleden tijd laten ze het deelwoord aanpassen: l’ho comprata.

  • 4min lezen
  • 18min oefeningen
  • A2niveau

Wat je leert

  • mi / ti, lo, la, ci / vi, li, le
  • Wanneer gebruik je de directe voornaamwoorden
  • In de passato prossimo: de aanpassing
  • Woordenschat: il mercato

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

In het Nederlands staat het lijdend voorwerp na het werkwoord: ik zie hem. In het Italiaans ervoor: lo vedo. Alleen bij een infinitief of gebiedende wijs plakt het achteraan: voglio vederlo, chiamalo! De plaats is hier belangrijker dan de vorm.

Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De vormen

VoornaamwoordVervangtOp de markt
mi / time / temi senti? ti vedo alla bancarella
loun nome maschileil vino? lo assaggio volentieri
laun nome femminilela mozzarella? la prendo subito
ci / vinoi / voici chiamano quando i porcini arrivano
linomi maschili pluralii pomodori? li scelgo uno a uno
lenomi femminili pluralile olive? le compro qui da anni
Positie: voor het vervoegde werkwoord (lo prendo), vast aan de infinitief (voglio prenderlo) en aan de informele imperatief (prendilo!). Voor een klinker krijgen lo en la een apostrof: l’assaggio.

In de passato prossimo: de aanpassing

ZinWaarom
il pane? l’ho presolo + ho = l’ho, participio maschile
la ricotta? l’ho presala fa accordare: presa
i carciofi? li ho presili: participio in -i
le arance? le ho presele: participio in -e

De meest gemaakte fouten

  • compro lo domanilo compro domani (het voornaamwoord staat voor het werkwoord)
  • la mozzarella? l’ho compratol’ho comprata (met la past het deelwoord zich aan)
  • vedo ti alla bancarellati vedo alla bancarella (nooit na het vervoegde werkwoord)

Wist je dat?

De onbeklemtoonde voornaamwoorden komen rechtstreeks uit het Latijn: lo en la zijn wat er over is van illum en illam, dezelfde vormen die ook de lidwoorden il en la hebben opgeleverd. Lidwoord en voornaamwoord zijn dus tweelingen: il libro en lo leggo gaan terug op hetzelfde woord, met tweeduizend jaar sleet.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een chat over huisdingen.

MMarco
sta scrivendo…
M
MarcoHai visto le chiavi della cantina?17:20
Sì, le ho messe io nel cassetto della cucina.17:21
M
MarcoGrazie. Il pane lo compro io tornando a casa. E la torta per Ada?17:22
La ritiro io in pasticceria alle sei. I palloncini invece non li trovo.17:23
M
MarcoLi ha presi Ada ieri. Ah, tuo cugino ti cercava: lo chiami tu?17:24

Vragen

Dove sono le chiavi della cantina?

Chi ha preso i palloncini?

In «le ho messe», «le» sostituisce…

Completa: «Il giornale? ___ leggo stasera».

Een buurtkiosk in Padua, met kranten en tijdschriften uitgestald
Il giornale? Lo compro domani: het voornaamwoord bespaart je de herhaling.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Le forme

    Vervang het deel tussen haakjes door het lijdend voornaamwoord.

    1. Leggo (il libro) →
    2. Vedo (la casa) →
    3. Compro (i biglietti) →
    4. Mangio (le mele) →
    5. Aspetto (Marco) →
    6. Chiamo (Anna e Sara) →

  2. 02 Dove si mette

    Het voornaamwoord staat voor het werkwoord, maar plakt aan de infinitief. Vul aan.

    1. Il caffè? prendo volentieri.
    2. Le chiavi? Non trovo.
    3. Voglio comprar (il pane).
    4. Devo chiamar (Maria).
    5. Puoi aiutar? (me)
    6. conosci? (noi)

  3. 03 Mi, ti, ci, vi

    Vul het juiste voornaamwoord in.

    1. Marco chiama ogni sera. (a me)
    2. aspetto alle otto. (te)
    3. La professoressa ascolta. (noi)
    4. vedo domani, ragazzi. (voi)
    5. Nessuno capisce. (me)
    6. accompagno io. (te)

  4. 04 Al passato il participio si accorda

    Met lo, la, li, le volgt het deelwoord het voornaamwoord. Vul aan.

    1. La pizza? ho mangiat.
    2. I libri? ho lett.
    3. Le lettere? ho scritt.
    4. Il film? ho vist ieri.
    5. Le tue amiche? ho incontrat in centro.
    6. I biglietti? ho comprat online.

  5. 05 Al telefono

    Vul de lijdende voornaamwoorden en de juiste tijden in.

    Herhaling passato prossimo · scelta dell’ausiliare

    1. – Hai visto Luca? – Sì, ho vist stamattina.
    2. – E le chiavi? – Non trovo più: ho perse.
    3. – Vuoi che aiuti? (te) – Sì, grazie.
    4. – Chiami tu Anna? – chiamo adesso.
    5. – I documenti? – Devo ancora prepararli, finisco stasera.
    6. – Allora aspetto alle nove. (voi)

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Werkplekken op een kantoor, met computers op de bureaus
L’ho riletto, lo firmo, lo manda Piero: één contract, drie voornaamwoorden.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een kantoormail.

Prima di venerdì: chi fa che cosa

daSilvia Nardi <s.nardi@studiomora.it>

ateam@studiomora.it

datamar 7 ott, 09:12

Buongiorno a tutti,

il contratto Rossi: l'ho riletto ieri sera e lo firmo oggi. Poi lo manda Piero al cliente.

Le fatture di settembre le ha controllate Anna: le trovate già nella cartella condivisa.

I biglietti per la fiera li compra Marco entro domani. La sala riunioni la prenoto io per giovedì alle nove.

Domande? Mi trovate in ufficio fino alle sei.

Silvia

Vragen

Chi manda il contratto al cliente?

Dove sono le fatture di settembre?

«Le fatture le ha controllatE Anna»: perché il participio finisce in -e?

Completa: «I documenti? ___».

Nog een tekst over dit onderwerp? Pizza bestellen via de chat

Nog één keer

Vervang door het voornaamwoord:

  1. Il parmigiano? prendo stagionato.
  2. Le zucchine? scelgo piccole.
  3. La torta? per stasera.
  4. I funghi? io.
  5. Vuoi assaggiare il pecorino? Sì, voglio .

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De directe voornaamwoorden in het Italiaans?
Ik proef het, ik neem het, ik weeg ze: op de markt doen voornaamwoorden het werk. Directe voornaamwoorden vervangen het lijdend voorwerp zodat je het niet herhaalt: compri il pecorino? Sì, lo compro . Ze staan voor het werkwoord, en in de verleden tijd laten ze het deelwoord aanpassen: l'ho comprata .
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • la mozzarella? l’ho compratol’ho comprata (met la past het deelwoord zich aan)
  • vedo ti alla bancarellati vedo alla bancarella (nooit na het vervoegde werkwoord)
Zijn er oefeningen en een PDF over De directe voornaamwoorden?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Waar staat het lijdend voorwerp-voornaamwoord?
Vóór het vervoegde werkwoord: lo vedo, niet vedo lo. Bij de infinitief, de gebiedende wijs en het gerundio plakt het juist erachter: voglio vederlo, guardalo, guardandolo.
Wanneer wordt lo of la afgekort tot l'?
Voor een klinker en voor h: l'ho visto, l'aspetto. In het meervoud gebeurt dat nooit: li ho visti blijft heel.
Wat is dat lo dat een hele zin vervangt?
Een neutraal lo dat naar een idee verwijst, niet naar een ding: non lo so, ik weet het niet; te lo dico, ik zeg het je. In het Nederlands is dat «het».
Waarom hoor ik ne in plaats van lo bij hoeveelheden?
Omdat ne het deel vervangt en lo het geheel. Vuoi del vino? Ne prendo un po', ik neem er wat van. Maar il vino? Lo prendo, ik neem hem, allemaal.
Past het deelwoord zich aan bij lo, la, li, le?
Ja, en dat is verplicht: ho comprato le mele wordt le ho comprate. Bij mi, ti, ci, vi is aanpassing mogelijk maar niet vereist.