Download on the App StoreVerder in de appIn de app
25 leesboeken op niveau en een woordenboek met 4.000 woordenApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · C1

De passato remoto

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een druk plein, met duiven tussen de voorbijgangers · Italiaanse grammatica C1
Qui passarono in tanti: de passato remoto vertelt wat definitief voorbij is.

De passato remoto is de tijd van het afgeronde verhaal: mio bisnonno partì nel 1902 e non tornò mai più. Hij leeft in romans, in de geschiedenis en in de spreektaal van het Zuiden: in het Noorden lees je hem, op Sicilië hoor je hem op de markt.

  • 4min lezen
  • 17min oefeningen
  • C1niveau

Wat je leert

  • tu, lui / lei, noi, voi, loro
  • Wanneer gebruik je de passato remoto
  • Wanneer je hem gebruikt (en wanneer niet)
  • Woordenschat: l'emigrazione

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Het Nederlands heeft geen tegenhanger van de passato remoto. Hij markeert wat losgekoppeld is van nu: geschiedenis, verhalen, en in het Zuiden ook alledaagse gesprekken. Dante nacque nel 1265, maar stamattina ho bevuto un caffè.

De tijdlijn
passato remotopassato prossimopresenteNU

De passato remoto snijdt het feit los van het heden: geschiedenis en verhaal. De passato prossimo houdt het met nu verbonden.

25 leesboeken op niveau en een woordenboek met 4.000 woordenApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De regelmatige vormen

parl-AREcred-EREpart-IRE
ioparlaicredettipartii
tuparlasticredestipartisti
lui / leiparlòcredettepartì
noiparlammocredemmopartimmo
voiparlastecredestepartiste
loroparlaronocredetteropartirono
De onregelmatige volgen het patroon 1-3-3 (onregelmatig io, lui, loro; regelmatig tu, noi, voi): fui/fosti/fu, dissi/dicesti/disse, feci/facesti/fece, ebbi, vidi, venni, seppi, nacqui, scrissi. Genoeg om ze in romans te herkennen.

Wanneer je hem gebruikt (en wanneer niet)

ContextJuiste tijd
storia di famiglia lontana e chiusail nonno emigrò, lavorò, tornò ricco
romanzo, biografia, storiaGaribaldi sbarcò a Marsala nel 1860
passato che tocca il presentepassato prossimo: quest’anno sono tornato al paese
conversazione al Nordpassato prossimo anche per fatti lontani

De meest gemaakte fouten

  • ieri andai al supermercato (a Milano)ieri sono andato al supermercato (recente feiten: passato prossimo)
  • mio bisnonno partiva nel 1902 e non tornò piùmio bisnonno partì nel 1902 (eenmalige gebeurtenis, geen achtergrond)
  • Dante nascette a FirenzeDante nacque a Firenze (onregelmatige 1-3-3)

Wist je dat?

Het gebruik van de passato remoto is een landkaart. Volgens de Accademia della Crusca houdt hij in informele taal stand in het Zuiden, terwijl het Noorden en een deel van het Midden hem vervangen door de passato prossimo; in formeel Italiaans staat hij overal stevig, vooral bij afgesloten feiten. Camilleri gebruikt hem in de dialogen van Montalbano juist om het Siciliaans te laten doorklinken. Wie in Milaan andai zegt klinkt literair; wie het in Palermo zegt klinkt gewoon.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 I regolari

    Completa con il passato remoto.

    1. io (parlare)
    2. tu (credere)
    3. lui (finire)
    4. noi (parlare)
    5. voi (credere)
    6. loro (finire)

  2. 02 Gli irregolari e la regola 1-3-3

    Molti sono irregolari solo alla 1ª e 3ª singolare e alla 3ª plurale. Completa.

    1. io (avere)
    2. tu (avere)
    3. lui (avere)
    4. io (fare)
    5. noi (fare)
    6. loro (fare)

  3. 03 Quelli che tornano di più

    Completa la terza persona singolare.

    1. essere →
    2. dire →
    3. venire →
    4. vedere →
    5. scrivere →
    6. nascere →
    7. volere →
    8. dare →

  4. 04 Passato remoto o prossimo?

    Il remoto stacca dal presente, il prossimo lo lega. Scrivi R o P e completa.

    1. Dante (nascere) nel 1265.
    2. Stamattina (io / bere) solo un caffè.
    3. L’Italia (unirsi) nel 1861.
    4. Ieri (noi / vedere) un bel film.
    5. Mio nonno (emigrare) in Belgio nel 1954.
    6. Quest’anno (loro / cambiare) casa.

  5. 05 La pagina di storia

    Completa il testo con il passato remoto e i tempi che lo accompagnano.

    Herhaling concordanza dei tempi · B2: gerundio e participio

    1. Nel 1786 Goethe (partire) per l’Italia.
    2. Il viaggio (durare) quasi due anni e lo (portare) fino in Sicilia.
    3. Mentre (attraversare) le Alpi, (annotare) ogni dettaglio.
    4. Ciò che (vedere) a Roma gli (cambiare) la vita.
    5. Quando (tornare) a Weimar, (essere) un altro uomo.
    6. Il resoconto del viaggio (uscire) molti anni dopo.

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Nog één keer

Vertel het verre verleden:

  1. Mia bisnonna da Genova nel 1911.
  2. Il viaggio ventidue giorni.
  3. Quando New York, una lettera alla madre.
  4. I suoi figli non mai in Italia.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De passato remoto in het Italiaans?
Hij vertrok, hij werkte, hij keerde nooit terug: wortels spreken in de passato remoto. De passato remoto is de tijd van het afgeronde verhaal: mio bisnonno partì nel 1902 e non tornò mai più . Hij leeft in romans, in de geschiedenis en in de spreektaal van het Zuiden: in het Noorden lees je hem, op Sicilië hoor je hem op de markt.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • mio bisnonno partiva nel 1902 e non tornò piùmio bisnonno partì nel 1902 (eenmalige gebeurtenis, geen achtergrond)
  • Dante nascette a FirenzeDante nacque a Firenze (onregelmatige 1-3-3)
Zijn er oefeningen en een PDF over De passato remoto?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Moet ik de passato remoto leren?
Passief zeker: hij staat in elke roman, elk geschiedenisboek en elke krant bij historische feiten. Actief hoeft het niet als je in het noorden woont, maar in Sicilië of Calabrië hoor je hem elke dag.
Wat is het verschil met de passato prossimo?
In de norm: de passato remoto voor wat geen band meer heeft met het heden, de passato prossimo voor wat nog doorwerkt. In de praktijk beslist de regio meer dan de regel.
Waarom zijn zoveel vormen onregelmatig?
Omdat de klemtoon wisselt tussen stam en uitgang: fèci maar facésti. De onregelmatigheid zit alleen in de eerste en derde persoon enkelvoud en de derde meervoud; de rest is regelmatig. Dat heet het sterke-perfectumschema.
Welke werkwoorden moet ik echt kennen?
Essere (fui), avere (ebbi), fare (feci), dire (dissi), vedere (vidi), venire (venni), dare (diedi), stare (stetti), sapere (seppi), volere (volli).
Waar kom ik hem het vaakst tegen?
In sprookjes (c'era una volta... e vissero felici e contenti), in romans, in schoolboeken geschiedenis en in Wikipedia-artikelen over personen. Lezen is de snelste manier om hem te leren herkennen.