Download on the App StoreVerder in de appIn de app
De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A1

Essere en avere

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een stenen steegje in een oud dorp, met een boog en gele bloemen · Italiaanse grammatica A1
Wie je bent, waar je vandaan komt, hoe oud je bent: wortels spreken met essere en avere.

Essere zegt wie je bent en hoe de wereld is; avere zegt wat je hebt, maar ook leeftijd, honger, dorst en haast. Het zijn de twee meest gebruikte werkwoorden van de taal, en later worden ze de hulpwerkwoorden van de verleden tijd.

  • 4min lezen
  • 19min oefeningen
  • A1niveau

Wat je leert

  • tu, lui / lei, noi, voi, loro
  • Wanneer gebruik je essere en avere
  • Wanneer het Italiaans avere gebruikt (en het Nederlands niet)
  • Woordenschat: la famiglia

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

De verdeling lijkt op zijn en hebben, maar de grens ligt anders. Het Italiaans gebruikt avere voor leeftijd, honger, dorst, kou en angst: ho trent'anni, ho fame – letterlijk ik heb dertig jaar, ik heb honger. Precies zoals in het Nederlands bij ik heb honger, maar anders dan bij leeftijd, waar wij ik ben dertig zeggen.

De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De vervoegingen

essereavere
iosonoho
tuseihai
lui / leièha
noisiamoabbiamo
voisieteavete
lorosonohanno

Wanneer het Italiaans avere gebruikt (en het Nederlands niet)

UitdrukkingVoorbeeld
avere + annimia nonna ha ottant’anni
avere fame / seteho fame: si mangia?
avere caldo / freddoin Sardegna d’estate abbiamo caldo
avere fretta / paura / sonnoho fretta, ho paura, ho sonno
avere bisogno diho bisogno di un consiglio
Leeftijd zeg je met avere, nooit met essere: ho trent’anni. En de h van ho, hai, ha, hanno spreek je niet uit: ze onderscheidt het werkwoord van o, ai, a, anno.

De meest gemaakte fouten

  • sono trent’anniho trent’anni (leeftijd neemt avere)
  • sono fameho fame (honger, dorst, slaap nemen avere)
  • mia madre a due sorellemia madre ha due sorelle (ha is het werkwoord, a is het voorzetsel)

Wist je dat?

Essere is een van de meest onregelmatige werkwoorden van Europa, en met reden: het is samengesteld uit twee verschillende Latijnse werkwoorden. Sono, sei, è komen van esse, «zijn»; maar fui en fosse komen van fui, dat oorspronkelijk «groeien, worden» betekende, verwant aan het Nederlandse bouwen. Twee werkwoorden die in de loop van eeuwen tot één zijn samengeklonterd.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een familie-e-mail.

Le tue radici sarde

daNonna Rosa <rosa.rossi@libero.it>

aanne.bakker@mail.nl

datamar 12 mar, 09:14

Cara Anne,

sono contenta della tua lettera. Sì, siamo parenti: tua bisnonna e mio padre erano fratelli.

Io ho ottantanove anni e sono nata a Nuoro. Ho ancora le fotografie di famiglia.

Quanti anni hai? E sei già stata in Sardegna? Noi abbiamo una casa vicino al mare, siamo in tre.

Ho il tuo numero, ma non ho l'indirizzo. Me lo mandi?

Un abbraccio,
Rosa

Vragen

Quante persone vivono nella casa vicino al mare?

«Siamo in tre» usa il verbo…

Completa: «Marco ___ vent'anni».

Een gezin loopt door het steegje van het verlaten dorp Tocco Vecchio
Wie we zijn en hoe oud we zijn: een familie in twee werkwoorden.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Essere

    Vul het werkwoord essere in.

    1. io
    2. tu
    3. lui
    4. noi
    5. voi
    6. loro

  2. 02 Avere

    Vul het werkwoord avere in. Denk aan de stomme h.

    1. io
    2. tu
    3. lei
    4. noi
    5. voi
    6. loro

  3. 03 Le espressioni con avere

    In het Italiaans druk je veel gewaarwordingen uit met avere, niet met essere. Vul aan.

    1. Marco vent’anni.
    2. (io) fame, mangiamo?
    3. (noi) freddo, chiudi la finestra?
    4. (tu) sete?
    5. Loro paura dei cani.
    6. (io) bisogno di aiuto.

  4. 04 Essere o avere?

    Kies het juiste werkwoord en vervoeg het.

    1. Anna italiana.
    2. Anna una macchina rossa.
    3. (noi) stanchi.
    4. (noi) sonno.
    5. Quanti anni tuo fratello?
    6. Di dove voi?
    7. I bambini caldo e in giardino.

  5. 05 Chi sono, che cosa hanno

    Vul essere/avere in de tegenwoordige tijd in en laat de bijvoeglijke naamwoorden kloppen.

    Herhaling aggettivi · presente indicativo · pronomi soggetto

    1. Sofia una studentessa spagnol.
    2. (lei) due fratell più grand.
    3. I suoi amici simpatic e sempre fame.
    4. Noi in classe con lei: una lezione alle nove.
    5. E voi, tempo domani? liber?
    6. Io trent’anni e di Napoli.

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

De planken van een archief, met ingebonden delen op een rij
Ze is geboren in 1935, ze heeft drie kinderen: zo praat het bevolkingsregister.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een pagina van de burgerlijke stand.

Archivio · Nuoro
archiviostorico.nuoro.it/famiglie

Registro delle famiglie

Rosa Rossi è nata a Nuoro nel 1935. Ha tre figli e sette nipoti.

Suo padre era pastore, sua madre aveva un piccolo negozio.

Oggi la famiglia è sparsa: sono in Sardegna, a Torino e in Olanda.

«Abbiamo le stesse mani», dice Rosa. «E siamo tutti testardi».

Vragen

Quanti nipoti ha Rosa?

Perché «è nata» e non «ha nata»?

Completa: «I miei nonni ___ di Nuoro».

Nog een tekst over dit onderwerp? Een inschrijfmail lezen · Een formulier invullen

Nog één keer

Essere of avere?

  1. I miei nonni di un paese vicino a Nuoro.
  2. Mio fratello ventidue anni.
  3. Noi una casa in Sardegna.
  4. (Io) sete: c’è dell’acqua?
  5. Voi italiani o italoamericani?

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je Essere en avere in het Italiaans?
Wie je bent, waar je vandaan komt, hoe oud je bent: wortels spreken met essere en avere. Essere zegt wie je bent en hoe de wereld is; avere zegt wat je hebt, maar ook leeftijd, honger, dorst en haast. Het zijn de twee meest gebruikte werkwoorden van de taal, en later worden ze de hulpwerkwoorden van de verleden tijd.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • sono fameho fame (honger, dorst, slaap nemen avere)
  • mia madre a due sorellemia madre ha due sorelle (ha is het werkwoord, a is het voorzetsel)
Zijn er oefeningen en een PDF over Essere en avere?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Wanneer gebruik je essere en wanneer avere?
Essere voor wat je bent en waar je bent: sono olandese, sono a Roma. Avere voor wat je hebt en, anders dan in het Nederlands, voor leeftijd, honger, dorst, warmte en angst: ho trent'anni, ho fame, ho freddo.
Waarom zegt men ho fame en niet sono affamato?
Omdat het Italiaans die toestanden als bezit ziet, niet als eigenschap. Je hebt honger zoals je een jas hebt. Sono affamato bestaat wel maar is veel sterker: uitgehongerd. Dezelfde logica als in het Frans, j'ai faim.
Hoe zeg je hoe oud iemand is?
Met avere: quanti anni hai?, letterlijk «hoeveel jaren heb je». En het antwoord is ho ventisei anni. Sono ventisei zegt niemand, en het klinkt meteen als een vertaling uit het Nederlands.
Wat is het verschil tussen c'è en è?
È zegt wat iets is: Marco è alto. C'è zegt dat iets bestaat of aanwezig is: c'è Marco, Marco is er. In het meervoud wordt het ci sono.
Moet ik io, tu, lui erbij zeggen?
Nee, en meestal doet men het niet: de uitgang van het werkwoord zegt al wie het onderwerp is. Sono kan alleen «ik ben» betekenen. Je zet het voornaamwoord er alleen bij voor nadruk of contrast: io sono olandese, lui è italiano.