Download on the App StoreVerder in de appIn de app
De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A1

Ontkenning en vragen

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een steil steegje, met de boog, de vlag en het bord van een hotel · Italiaanse grammatica A1
Is dit de goede straat? Een steegje bestaat uit vragen.

De Italiaanse ontkenning is eén woord: non, altijd voor het werkwoord. En de eenvoudigste vraag verandert zelfs de woordvolgorde niet: intonatie volstaat. Prendi un caffè?

  • 4min lezen
  • 20min oefeningen
  • A1niveau

Wat je leert

  • non + verbo, non… mai, non… niente / nessuno, non… più
  • Wanneer gebruik je ontkenning en vragen
  • De meest gemaakte fouten
  • Woordenschat: il bancone del bar

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Ontkennen is eenvoudiger dan in het Nederlands: non vóór het werkwoord, klaar. Geen geen versus niet, geen verplaatsing naar het eind van de zin. Wel houdt het Italiaans de dubbele ontkenning die wij vermijden: non ho visto nessuno is correct. Vragen vragen geen inversie: dezelfde woordvolgorde, alleen je stem gaat omhoog.

De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De ontkenning

TypeVoorbeeld
non + verbonon capisco, non c’è zucchero
non… mainon bevo mai il caffè dopo cena
non… niente / nessunonon ordino niente, non c’è nessuno
non… piùnon prendo più lo zucchero
Dubbele ontkenning is in het Italiaans correct en verplicht: non c’è nessuno, non ho niente. Het is geen fout, het is de regel.

De vraagwoorden

WoordVoorbeeld in de bar
chichi paga oggi?
che cosa / cosache cosa prendi?
dovedove sono i tavolini?
quandoquando chiudete?
perchéperché il gelato qui è così buono?
comecome si dice «flat white» in italiano?
quanto / quantiquanto costa? quanti cornetti avete?

De meest gemaakte fouten

  • io no capisconon capisco (de ontkenning is non, voor het werkwoord)
  • c’è non zuccheronon c’è zucchero (non staat voor het werkwoord)
  • cosa tu prendi?cosa prendi? (geen inversie: het vraagwoord volstaat)

Wist je dat?

In het Italiaans is de dubbele ontkenning niet fout maar verplicht: non ho visto nessuno, letterlijk «ik heb niemand niet gezien». Het Nederlands en het Engels verbieden dat, maar het Italiaans volgt hier het Latijn en de Romaanse logica: alle ontkennende woorden in de zin blijven ontkennend. Alleen als het ontkennende woord vóór het werkwoord staat, valt non weg: nessuno è venuto.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een post-it op de koelkast.

Per il turno di domani:

Non c'è più niente nel frigo del bar.

Non abbiamo nessun cornetto: chiama il forno!

Il caffè lo prendi amaro, vero?

Non aprire prima delle sette!

A domani ♥

Vragen

Com'è il frigo del bar?

«Vero?» alla fine della frase serve a…

«Non c'è niente» ha due parole negative. È corretto?

De toonbank van een banketbakkerij, met schalen gebak
Non c’è più nessun cornetto: twee ontkenningen, één goede zin.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Metti il non

    Maak er de ontkennende vorm van.

    1. Parlo tedesco. →
    2. Marco è a casa. →
    3. Abbiamo tempo. →
    4. Vengono domani. →
    5. C’è il pane. →
    6. Sono le tre. →

  2. 02 Due negazioni sono giuste

    In het Italiaans blijft non staan, ook bij niente, nessuno, mai. Vul aan.

    1. mangio . (zero cose)
    2. c’è in casa. (zero persone)
    3. vado al cinema. (zero volte)
    4. ho tempo. (zero volte)
    5. conosco qui. (zero persone)
    6. capisco . (zero cose)

  3. 03 Fai la domanda sì/no

    In het Italiaans verandert de woordvolgorde niet: het vraagteken volstaat. Vorm om.

    1. Parli italiano. →
    2. Marco è a casa. →
    3. Avete fame. →
    4. C’è un problema. →
    5. Vieni con noi. →
    6. Il treno parte alle otto. →

  4. 04 La parola giusta per chiedere

    Vul in met chi, che cosa, dove, quando, come, perché, quanto.

    1. è quella ragazza? – È mia sorella.
    2. fai stasera? – Niente di speciale.
    3. abiti? – A Torino.
    4. parte il treno? – Alle otto.
    5. stai? – Bene, grazie.
    6. studi italiano? – Perché mi piace.
    7. costa? – Dodici euro.

  5. 05 Al telefono

    Vul de dialoog aan: vragen, ontkenningen, werkwoorden, lidwoorden, tijden. Dit is heel A1 in één keer.

    Herhaling tutto l’A1

    1. – Pronto, parla?
    2. – Sono Elena. (tu / essere) a casa?
    3. – No, (io / essere) a casa: in ufficio.
    4. (tu / finire) di lavorare?
    5. 18:00. Ma stasera (io / avere) tempo: ho lezione.
    6. – Va bene. Allora ci vediamo sabato: (esserci) una festa Marta.

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

De houten toog van een oude bar, met de flessen op een rij
Non arriva nemmeno il fornaio: «nemmeno» versterkt het nee.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: de chat over de diensten in de bar.

BBar Centrale · turni
3 partecipanti
A
AnnaNon ho le chiavi. Ce le hai tu?06:12
No, non le ho. Non c'è nessuno al bar?06:14
A
AnnaNessuno. E non arriva nemmeno il fornaio.06:15
L
LucaArrivo io! Non vi preoccupate.06:20
A
AnnaHai anche il latte, vero?06:21
L
LucaNon ancora. Passo al negozio, va bene?06:21

Vragen

Che cosa non ha ancora Luca?

«Non arriva nemmeno il fornaio»: «nemmeno» significa…

Completa: «Stamattina non vedo ___».

Nog een tekst over dit onderwerp? Een briefje op de koelkast · Het bord in het park

Nog één keer

Ontken of vraag:

  1. prendo zucchero, grazie.
  2. costa un cornetto?
  3. Non c’è in fila: che fortuna.
  4. sono i bagni, per favore?
  5. Non bevo il cappuccino dopo pranzo.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je Ontkenning en vragen in het Italiaans?
Wat neem jij? De toog is gemaakt van vragen. De Italiaanse ontkenning is eén woord: non, altijd voor het werkwoord. En de eenvoudigste vraag verandert zelfs de woordvolgorde niet: intonatie volstaat. Prendi un caffè?
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • c’è non zuccheronon c’è zucchero (non staat voor het werkwoord)
  • cosa tu prendi?cosa prendi? (geen inversie: het vraagwoord volstaat)
Zijn er oefeningen en een PDF over Ontkenning en vragen?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Hoe maak je een zin ontkennend?
Met non vlak voor het werkwoord: non parlo italiano. Er is geen hulpwerkwoord nodig zoals het Engelse do, en er verandert verder niets aan de zin.
Waarom staat er twee keer een ontkenning?
Omdat het Italiaans dat zo doet: non ho mai visto, non c'è niente, non viene nessuno. Vertaal je het letterlijk naar het Nederlands, dan klinkt het fout; in het Italiaans is het weglaten van non juist de fout.
Hoe stel je een vraag?
Meestal alleen met de intonatie: parli italiano? heeft precies dezelfde woordvolgorde als de mededeling. Er is geen inversie zoals in het Nederlands en geen hulpwerkwoord zoals in het Engels.
Wat betekent vero? aan het eind van een zin?
Het is de Italiaanse aanhangvraag, zoals het Nederlandse «toch?» of «hè?»: sei olandese, vero? Je hoort ook no? en, informeler, giusto?
Hoe zeg je nog niet en niet meer?
Non ancora en non più, allebei rond het werkwoord: non ho ancora mangiato, non lavoro più qui. Let op de plaats: in samengestelde tijden komen ze tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord.