Download on the App StoreVerder in de appIn de app
Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A2

Essere of avere? Het hulpwerkwoord kiezen

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een dubbeldeks streektrein op station Domodossola · Italiaanse grammatica A2
Instappen, uitstappen, vertrekken: elk perron is een keuze tussen essere en avere.

Dé vraag van A2: ho of sono? Het kompas: avere voor de meeste werkwoorden; essere voor beweging en toestandsverandering, voor reflexieven en voor piacere. En met essere past het deelwoord zich aan.

  • 4min lezen
  • 16min oefeningen
  • A2niveau

Wat je leert

  • avere, essere, essere, essere
  • Essere of avere? Het hulpwerkwoord kiezen
  • De meest gemaakte fouten
  • Woordenschat: viaggi e spostamenti

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Ook het Nederlands kiest tussen hebben en zijn, dus het idee is bekend. De grens ligt alleen anders: ik ben vergeten maar ho dimenticato. En bij essere past het deelwoord zich aan het onderwerp aan: è andata, iets wat het Nederlands nooit doet.

Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

Het kompas

HulpwerkwoordVoor welke werkwoordenVoorbeelden
avereverbi con oggetto diretto e quasi tutti gli altriho preso il tram, abbiamo visto il Colosseo
esseremovimento da/verso: andare, venire, partire, arrivare, entrare, uscire, tornaresono partita presto, siamo tornati tardi
esserestato e cambiamento: stare, restare, diventare, nascere, morireè rimasta a casa, è diventato famoso
essereriflessivi e piaceremi sono alzato, il film ci è piaciuto
Pas op met bewegingswerkwoorden «zonder richting»: camminare, viaggiare, sciare nemen avere (ho camminato tutto il giorno). Essere is voor werkwoorden waar vertrek- of aankomstpunt telt.
Aanpassing met essereVoorbeeld
maschile singolare: -oMarco è salito al binario 3
femminile singolare: -aAnna è salita sul rapido
maschile plurale: -ii turisti sono scesi a Firenze
femminile plurale: -ele ragazze sono partite ieri

De meest gemaakte fouten

  • ho arrivato in ritardosono arrivato in ritardo (arrivare: beweging ergens naartoe)
  • siamo viaggiato tutta la notteabbiamo viaggiato tutta la notte (viaggiare neemt avere)
  • Anna è salito sul trenoAnna è salita sul treno (vrouwelijke aanpassing)

Wist je dat?

Waarom neemt andare essere en camminare avere, terwijl je bij allebei loopt? De taalkunde noemt dat onaccusativiteit: bij essere-werkwoorden ondergaat het onderwerp de handeling in plaats van hem te sturen. Sono andato gaat over een verplaatsing die met mij gebeurt; ho camminato over een activiteit die ik uitvoer. Het onderscheid loopt door heel de Romaanse familie en ook door het Nederlands: «ik ben gegaan», «ik heb gelopen».

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een ansichtkaart uit Napels.

Cari tutti,

siamo arrivati a Napoli martedì. Abbiamo mangiato la pizza vera e abbiamo camminato per ore, dal porto fino ai quartieri alti.

Ieri siamo saliti sul Vesuvio: è stata una giornata incredibile. Papà ha comprato un cappello ridicolo.

Il tempo è cambiato solo oggi: piove, così abbiamo visitato il museo. Domani ultimo giorno.

A presto, Emma

POSTE
ITALIANE
Napoli
C.P.
Fam. De Vries
Herenstraat 12
3512 KA Utrecht

Vragen

Quando sono arrivati a Napoli?

Che cosa hanno fatto oggi, con la pioggia?

Perché «abbiamo mangiato» ma «siamo arrivati»?

Completa: «Il treno ___ in ritardo» (partire).

Een Napolitaanse gouache: de baai bij nacht, met de Vesuvius in uitbarsting
Siamo arrivati, abbiamo mangiato: twee hulpwerkwoorden in twee regels.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Essere o avere?

    Schrijf alleen het juiste hulpwerkwoord.

    1. mangiato
    2. andato
    3. partito
    4. letto
    5. arrivata
    6. dormito

  2. 02 I verbi di movimento e di stato

    Deze nemen essere. Vul aan in de passato prossimo.

    1. Anna (uscire) alle otto.
    2. (noi / rimanere) a casa.
    3. I treni (partire) in orario.
    4. (tu, Sara) (entrare) senza bussare!
    5. Il pacco (arrivare) ieri.
    6. (io) (stare) male tutta la notte.

  3. 03 Lo stesso verbo, due ausiliari

    Met een lijdend voorwerp nemen ze avere, zonder voorwerp essere. Vul aan.

    1. (io) finito il lavoro.
    2. Il film finito alle dieci.
    3. (noi) cominciato la lezione.
    4. La lezione cominciata.
    5. (io) cambiato casa.
    6. Il tempo cambiato.

  4. 04 Servire, piacere, mancare

    Deze nemen essere en komen overeen met wat bevalt of nodig is. Vul aan.

    1. Mi (piacere) il film.
    2. Mi (piacere) le canzoni.
    3. Ci (servire) due biglietti.
    4. Ti (mancare) l’Italia?
    5. Gli (piacere) la pizza.
    6. Vi (bastare) i soldi?

  5. 05 La gita

    Vul aan: juist hulpwerkwoord, deelwoord waar nodig aangepast.

    Herhaling passato prossimo · imperfetto

    1. Domenica (noi / partire) presto e (prendere) il treno.
    2. (noi / arrivare) a Siena alle nove: (essere) una bella mattina.
    3. Le mie amiche (visitare) il duomo, io (restare) in piazza.
    4. Ci (piacere) molto i vicoli del centro.
    5. A mezzogiorno (noi / mangiare) e poi (tornare) indietro.
    6. (essere) una giornata perfetta.

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Regen die uit een onweerswolk valt
È durato twintig minuten, ha lasciato zijn sporen.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een krantenbericht over het noodweer.

Il Corriere del Quartiere

martedì 18 novembre · pagina 3

Cronaca

Il temporale è passato, i danni restano

di Sergio Valli

Il temporale di domenica è durato venti minuti ma ha lasciato il segno: un albero è caduto sulla pista ciclabile e il torrente è salito di un metro.

«Abbiamo passato la notte a controllare gli argini», racconta un volontario della protezione civile.

I lavori di pulizia sono cominciati ieri e sono costati finora ventimila euro. Il mercato del martedì ha cambiato piazza, ma solo per questa settimana.

Vragen

Quanto è durato il temporale?

Che cosa è caduto sulla pista ciclabile?

«Il temporale è passato» ma «abbiamo passato la notte»: perché?

Completa: «Il film ___ alle nove» (cominciare).

Nog een tekst over dit onderwerp? Een tafel reserveren

Nog één keer

Kies het juiste hulpwerkwoord:

  1. Il treno partito dal binario 9.
  2. (Noi) camminato fino alla stazione.
  3. Le mie amiche con l’autobus.
  4. (Io) preso un taxi sotto la pioggia.
  5. Maria a casa: era stanca.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je Essere of avere? Het hulpwerkwoord kiezen in het Italiaans?
Instappen, uitstappen, vertrekken: elk perron is een keuze tussen essere en avere. Dé vraag van A2: ho of sono? Het kompas: avere voor de meeste werkwoorden; essere voor beweging en toestandsverandering, voor reflexieven en voor piacere . En met essere past het deelwoord zich aan.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • siamo viaggiato tutta la notteabbiamo viaggiato tutta la notte (viaggiare neemt avere)
  • Anna è salito sul trenoAnna è salita sul treno (vrouwelijke aanpassing)
Zijn er oefeningen en een PDF over Essere of avere? Het hulpwerkwoord kiezen?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Welke werkwoorden nemen essere?
Bewegingswerkwoorden met een richting (andare, venire, arrivare, partire, uscire, entrare, tornare), verandering van toestand (nascere, morire, diventare, crescere), blijven en zijn (restare, stare, essere) en alle reflexieven.
Kan hetzelfde werkwoord allebei nemen?
Ja, en dan verandert de betekenis. Ho finito il lavoro, ik heb het werk af; il film è finito, de film is afgelopen. Met lijdend voorwerp avere, zonder essere. Zo ook cambiare, passare, salire, scendere, correre.
Wat doen de modale werkwoorden?
Potere, volere en dovere nemen het hulpwerkwoord van het werkwoord dat volgt: ho dovuto lavorare, maar sono dovuto andare. In gesproken taal hoor je ook vaak avere in beide gevallen.
Waarom is het piaciuto met essere?
Omdat het onderwerp van piacere het ding is dat bevalt, niet de persoon: mi è piaciuto il film, mi sono piaciute le foto. Het deelwoord past zich dus aan bij wat je leuk vond.
Is er een truc om het te onthouden?
De bruikbaarste: kun je in het Nederlands «ben» zeggen, dan is het meestal ook essere (ik ben gegaan, gekomen, gebleven). De uitzonderingen die overblijven zijn een korte lijst.