Download on the App StoreVerder in de appIn de app
De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A1

C’è en ci sono

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een schemerige kamer vanuit de deur gezien, met de lamp aan en de tafel gedekt · Italiaanse grammatica A1
C’è een lamp aan, ci sono de tafel en de stoelen.

Om te zeggen dat iets bestaat of ergens is, gebruikt het Italiaans c’è bij enkelvoud en ci sono bij meervoud. Twee vormen, eén regel, en je kunt al een hele kamer beschrijven.

  • 4min lezen
  • 18min oefeningen
  • A1niveau

Wat je leert

  • c’è, ci sono
  • Wanneer gebruik je c’è en ci sono
  • De meest gemaakte fouten
  • Woordenschat: la casa e il quartiere

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Er is en er zijn vertalen netjes naar c'è en ci sono. Het verschil dat je moet voelen is dat met è: c'è un ristorante in piazza kondigt iets nieuws aan, il ristorante è in piazza plaatst iets wat we allebei al kennen. Het Nederlandse er en het Italiaanse ci doen hier hetzelfde werk.

De helft van A1 en 3 oefeningen per dag: gratisApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De regel

VormMetVoorbeelden in huis
c’èsingolarec’è un divano in salotto, c’è latte in frigo
ci sonopluraleci sono due bagni, ci sono quattro sedie

Vraag en ontkenning

TypeVoorbeeld
Domandac’è l’ascensore? ci sono balconi?
Negazionenon c’è il garage, non ci sono armadi
Risposta cortaSì, c’è. / No, non ci sono.
C’è komt van ci + è: de apostrof is verplicht. Ce n’è en ce ne sono («hoeveel zijn er?») komen later, met het partikel ne.

De meest gemaakte fouten

  • ce due camereci sono due camere (meervoud, en c’è heeft zijn apostrof nodig)
  • c’è molti negozi quici sono molti negozi qui (molti negozi is meervoud)
  • non è un ascensore nel palazzonon c’è un ascensore nel palazzo (bestaan vraagt om c’è)

Wist je dat?

Dat kleine ci is een van de hardst werkende woordjes van het Italiaans. Het komt van het Latijnse hic, «hier», en betekent nog steeds plaats in ci vado, ik ga erheen. Maar het is ook lijdend voorwerp (ci vediamo, we zien elkaar), het zit vast in volerci en metterci voor tijd, en in vaste uitdrukkingen als non ci credo. Eén lettergreep, zes functies.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een buurtbericht uit de krant.

Il Corriere del Quartiere

giovedì 14 marzo · pagina 7

Mercato

Da sabato c'è un banco in più

di Paola Renzi

In piazza Vittoria ci sono adesso ventidue banchi. C'è anche un fioraio, che prima non c'era.

«Ci vuole pazienza», dice il presidente. «Ci sono volute tre riunioni, ma alla fine ce l'abbiamo fatta».

Il mercato c'è il sabato dalle sette all'una.

Vragen

Quanti banchi ci sono adesso in piazza Vittoria?

Perché «ci sono ventidue banchi» ma «c'è un fioraio»?

«Ci vuole pazienza» significa…

Piazza Sordello in Mantua op marktdag, vol kramen
C’è de bloemist, ci sono tweeëntwintig kramen: het plein telt zichzelf.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Uno o più di uno

    Vul c’è of ci sono in.

    1. In piazza una fontana.
    2. In piazza due bar.
    3. un problema.
    4. molte persone.
    5. Sul tavolo il tuo libro.
    6. In frigo le uova.

  2. 02 Al negativo

    Maak er de ontkennende vorm van.

    1. C’è il pane. →
    2. Ci sono i biglietti. →
    3. C’è un problema. →
    4. Ci sono studenti in aula. →
    5. C’è tempo. →
    6. Ci sono novità. →

  3. 03 C’è o è?

    C’è zegt dat iets ergens bestaat; è zegt hoe of waar iets is dat we al kennen.

    1. un ristorante qui vicino?
    2. Il ristorante vicino alla stazione.
    3. Dov’ la mia borsa?
    4. una borsa sulla sedia.
    5. Marco in ufficio.
    6. qualcuno in ufficio?

  4. 04 Fai la domanda

    Schrijf de vraag met c’è of ci sono, zoals in het voorbeeld: una farmacia → C’è una farmacia qui vicino?

    1. un supermercato →
    2. bagni →
    3. una stazione →
    4. posti liberi →
    5. un tavolo per due →
    6. altre domande →

  5. 05 La mia città

    Vul c’è / ci sono, essere of avere in, en laat alles kloppen.

    Herhaling essere e avere · aggettivi · articoli

    1. Nel mio quartiere due parc grand.
    2. anche un mercato: aperto il sabato.
    3. Le strade strett, ma molt negozi.
    4. Io una bicicletta e contento così.
    5. Vicino a casa tre bar: sempre pien.
    6. E da te, un cinema?

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

De binnenplaats van een sociale woningbouwblok in Primavalle, Rome, met bomen en zuilengang
Non c’è een lift, maar ci sono maar twee verdiepingen.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een woningadvertentie.

Case e stanze

Monolocale in centro

C'è una stanza grande e c'è anche un piccolo ripostiglio.

Ci sono due finestre e ci sono le tende nuove.

Non c'è l'ascensore, ma ci sono solo due piani.

Per arrivare in centro ci vogliono dieci minuti a piedi.

Visite su appuntamento · 340 22 55 118

Vragen

Che cosa non c'è nel palazzo?

Perché «ci sono due finestre» e non «c'è due finestre»?

Completa: «___ un'ora per arrivare a Pisa».

Nog een tekst over dit onderwerp? Een buurtbericht lezen

Nog één keer

C’è of ci sono?

  1. In cucina un tavolo grande.
  2. due balconi con vista.
  3. Non l’ascensore, mi dispiace.
  4. posto per la lavatrice?
  5. Nel quartiere tre supermercati.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je C'è en ci sono in het Italiaans?
Er is licht, er zijn twee ramen: zo vertelt elke kamer zijn verhaal. Om te zeggen dat iets bestaat of ergens is, gebruikt het Italiaans c'è bij enkelvoud en ci sono bij meervoud. Twee vormen, eén regel, en je kunt al een hele kamer beschrijven.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • c’è molti negozi quici sono molti negozi qui (molti negozi is meervoud)
  • non è un ascensore nel palazzonon c’è un ascensore nel palazzo (bestaan vraagt om c’è)
Zijn er oefeningen en een PDF over C'è en ci sono?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Wat is het verschil tussen c'è en ci sono?
Alleen het getal: c'è voor enkelvoud (c'è un problema), ci sono voor meervoud (ci sono due problemi). Samen zijn ze het Nederlandse «er is» en «er zijn».
Wanneer gebruik je c'è en wanneer è?
C'è zegt dat iets bestaat of aanwezig is; è zegt wat of hoe iets is. C'è il pane, er is brood. Il pane è buono, het brood is lekker.
Hoe zeg je er is niets of er is niemand?
Non c'è niente en non c'è nessuno, met de dubbele ontkenning die in het Italiaans verplicht is.
Wat betekent ci vuole?
«Er is nodig», bij tijd of hoeveelheid: ci vuole un'ora, het kost een uur. In het meervoud ci vogliono due ore. Wil je zeggen hoeveel tijd jíj erover doet, dan gebruik je metterci: ci metto un'ora.
Verandert c'è in de verleden tijd?
Ja: c'era voor enkelvoud, c'erano voor meervoud. C'era una volta is trouwens hoe elk Italiaans sprookje begint.