Grammatica · A1
C’è en ci sono
door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Om te zeggen dat iets bestaat of ergens is, gebruikt het Italiaans c’è bij enkelvoud en ci sono bij meervoud. Twee vormen, eén regel, en je kunt al een hele kamer beschrijven.
- 4min lezen
- 18min oefeningen
- A1niveau
Wat je leert
- c’è, ci sono
- Wanneer gebruik je c’è en ci sono
- De meest gemaakte fouten
- Woordenschat: la casa e il quartiere
Italiaans en het Nederlands naast elkaar
Er is en er zijn vertalen netjes naar c'è en ci sono. Het verschil dat je moet voelen is dat met è: c'è un ristorante in piazza kondigt iets nieuws aan, il ristorante è in piazza plaatst iets wat we allebei al kennen. Het Nederlandse er en het Italiaanse ci doen hier hetzelfde werk.



De woorden van deze pagina
Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.
De regel
| Vorm | Met | Voorbeelden in huis |
|---|---|---|
| c’è | singolare | c’è un divano in salotto, c’è latte in frigo |
| ci sono | plurale | ci sono due bagni, ci sono quattro sedie |
Vraag en ontkenning
| Type | Voorbeeld |
|---|---|
| Domanda | c’è l’ascensore? ci sono balconi? |
| Negazione | non c’è il garage, non ci sono armadi |
| Risposta corta | Sì, c’è. / No, non ci sono. |
De meest gemaakte fouten
ce due camere→ ci sono due camere (meervoud, en c’è heeft zijn apostrof nodig)c’è molti negozi qui→ ci sono molti negozi qui (molti negozi is meervoud)non è un ascensore nel palazzo→ non c’è un ascensore nel palazzo (bestaan vraagt om c’è)
Wist je dat?
Dat kleine ci is een van de hardst werkende woordjes van het Italiaans. Het komt van het Latijnse hic, «hier», en betekent nog steeds plaats in ci vado, ik ga erheen. Maar het is ook lijdend voorwerp (ci vediamo, we zien elkaar), het zit vast in volerci en metterci voor tijd, en in vaste uitdrukkingen als non ci credo. Eén lettergreep, zes functies.
Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een buurtbericht uit de krant.
Il Corriere del Quartiere
giovedì 14 marzo · pagina 7
Mercato
Da sabato c'è un banco in più
di Paola Renzi
In piazza Vittoria ci sono adesso ventidue banchi. C'è anche un fioraio, che prima non c'era.
«Ci vuole pazienza», dice il presidente. «Ci sono volute tre riunioni, ma alla fine ce l'abbiamo fatta».
Il mercato c'è il sabato dalle sette all'una.
Vragen
Quanti banchi ci sono adesso in piazza Vittoria?
Perché «ci sono ventidue banchi» ma «c'è un fioraio»?
«Ci vuole pazienza» significa…

Oefeningen
Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.
01 Uno o più di uno
Vul c’è of ci sono in.
- In piazza una fontana.
- In piazza due bar.
- un problema.
- molte persone.
- Sul tavolo il tuo libro.
- In frigo le uova.
02 Al negativo
Maak er de ontkennende vorm van.
- C’è il pane. →
- Ci sono i biglietti. →
- C’è un problema. →
- Ci sono studenti in aula. →
- C’è tempo. →
- Ci sono novità. →
03 C’è o è?
C’è zegt dat iets ergens bestaat; è zegt hoe of waar iets is dat we al kennen.
- un ristorante qui vicino?
- Il ristorante vicino alla stazione.
- Dov’ la mia borsa?
- una borsa sulla sedia.
- Marco in ufficio.
- qualcuno in ufficio?
04 Fai la domanda
Schrijf de vraag met c’è of ci sono, zoals in het voorbeeld: una farmacia → C’è una farmacia qui vicino?
- un supermercato →
- bagni →
- una stazione →
- posti liberi →
- un tavolo per due →
- altre domande →
05 La mia città
Vul c’è / ci sono, essere of avere in, en laat alles kloppen.
Herhaling essere e avere · aggettivi · articoli
- Nel mio quartiere due parc grand.
- anche un mercato: aperto il sabato.
- Le strade strett, ma molt negozi.
- Io una bicicletta e contento così.
- Vicino a casa tre bar: sempre pien.
- E da te, un cinema?
Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →
Neem deze pagina mee
Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.



Elk onderwerp, een wereld
In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.
Halve leerlijn gratis, zonder account
★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018
Download Ti voor iPhone ↗︎Zoek op amo Italiaans

Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een woningadvertentie.
Case e stanze
Monolocale in centro
C'è una stanza grande e c'è anche un piccolo ripostiglio.
Ci sono due finestre e ci sono le tende nuove.
Non c'è l'ascensore, ma ci sono solo due piani.
Per arrivare in centro ci vogliono dieci minuti a piedi.
Visite su appuntamento · 340 22 55 118
Vragen
Che cosa non c'è nel palazzo?
Perché «ci sono due finestre» e non «c'è due finestre»?
Completa: «___ un'ora per arrivare a Pisa».
Nog een tekst over dit onderwerp? Een buurtbericht lezen
Nog één keer
C’è of ci sono?
- In cucina un tavolo grande.
- due balconi con vista.
- Non l’ascensore, mi dispiace.
- posto per la lavatrice?
- Nel quartiere tre supermercati.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je C'è en ci sono in het Italiaans?
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
c’è molti negozi qui→ ci sono molti negozi qui (molti negozi is meervoud)non è un ascensore nel palazzo→ non c’è un ascensore nel palazzo (bestaan vraagt om c’è)