Download on the App StoreVerder in de appIn de app
Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · B1

De gecombineerde voornaamwoorden

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een steegje met een groene deur, een scooter en planten in potten · Italiaanse grammatica B1
Me lo scaldi? Glielo porto: in de steegjes reizen de voornaamwoorden per twee.

Wanneer een indirect voornaamwoord een direct ontmoet, versmelten ze: mi + lo = me lo, gli + la = gliela. De volgorde ligt vast, indirect eerst: me lo porta? Glielo chiedo subito.

  • 5min lezen
  • 18min oefeningen
  • B1niveau

Wat je leert

  • ti, gli / le / Le, ci, vi
  • Wanneer gebruik je de gecombineerde voornaamwoorden
  • De samentrekkingstabel
  • Woordenschat: il bar

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

In het Nederlands blijven de voornaamwoorden gescheiden: ik heb het hem gegeven. Het Italiaans smelt ze samen tot één woord vóór het werkwoord: gliel'ho dato. De volgorde is meewerkend eerst, lijdend daarna – omgekeerd aan het Nederlands.

Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De samentrekkingstabel

+ lo+ la+ li+ le+ ne
mime lome lame lime leme ne
tite lote late lite lete ne
gli / le / Leglieloglielaglieliglielegliene
cice loce lace lice lece ne
vive love lave live leve ne
De i wordt e (mime), en in de derde persoon versmelt alles tot eén woord: glielo geldt voor hem, voor haar en voor het beleefde Lei. In de verleden tijd volgt de aanpassing het directe voornaamwoord: gliel’ho portata.

Aan de toog

ZinErin
il solito? Glielo preparo subitogli + lo
me la fa doppia, la tazzina?mi + la
i cornetti? Ve li scaldovi + li
di brioche ce ne sono dueci + ne

De meest gemaakte fouten

  • gli lo porto subitoglielo porto subito (derde persoon: eén enkel woord)
  • mi lo scaldi, per favore?me lo scaldi (mi wordt me voor lo)
  • gliel’ho portato, la spremutagliel’ho portata (de aanpassing volgt la spremuta)

Wist je dat?

Als twee voornaamwoorden naast elkaar komen, verandert het eerste zijn i in een e: mi lo wordt me lo, ti ne wordt te ne. Dat is geen regel die iemand heeft bedacht maar het gevolg van uitspraak: twee onbeklemtoonde i-klanken achter elkaar werden onhandig. Bij gli en le gaat het verder: allebei worden ze glie- en plakken ze vast aan het volgende woord, glielo, gliene.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een chat over de boormachine.

NNico
sta scrivendo…
N
NicoMi presti il trapano per il weekend?15:21
Te lo porto domani in ufficio, va bene?15:22
N
NicoPerfetto. E la prolunga? Senza non arrivo alla parete.15:23
Te la lascio nella stessa borsa. Le punte nuove però trattale bene: me le ha regalate mio padre.15:24
N
NicoTranquillo. A proposito, il tuo libro: l'ho finito. Te lo restituisco con il trapano.15:26
Tienilo. Anzi, daglielo a tua sorella: gliene ho parlato sabato e le piaceva.15:27

Vragen

Dove porterà il trapano?

Chi ha regalato le punte nuove?

«Te lo porto»: che cosa sono «te» e «lo»?

Completa: «La foto? ___ mando subito» (a voi).

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 La tabella

    Verbind het meewerkend en het lijdend voornaamwoord.

    1. mi + lo →
    2. ti + la →
    3. gli + li →
    4. le + lo →
    5. ci + le →
    6. vi + lo →
    7. gli + ne →

  2. 02 Sostituisci tutto

    Herschrijf de zin met het gecombineerde voornaamwoord.

    1. Do il libro a Marco. →
    2. Presti la macchina a me? →
    3. Mando le foto a voi. →
    4. Compro i biglietti per te. →
    5. Spiego la regola agli studenti. →
    6. Porti il caffè a noi? →

  3. 03 Dove si mettono

    Voor het werkwoord, of vastgeplakt aan de infinitief en de gebiedende wijs. Vul aan.

    1. Il libro? do domani. (a te)
    2. Le chiavi? Devo dar. (a lui)
    3. La verità? Voglio dir. (a voi)
    4. Il numero? Dammi! (a me, il numero)
    5. I documenti? mandi tu? (a noi)
    6. La risposta? Puoi dar subito. (a me)

  4. 04 Al passato: il participio segue

    Met lo, la, li, le komt het deelwoord overeen. Vul aan.

    1. La lettera? ho spedit ieri. (a lui)
    2. I libri? ho dat stamattina. (a te)
    3. Le foto? ha mandat Marco. (a noi)
    4. Il messaggio? hanno scritt loro. (a me)
    5. Le chiavi? ho lasciat in portineria. (a voi)
    6. Il regalo? abbiamo comprat insieme. (a lei)

  5. 05 Al lavoro

    Vul gecombineerde voornaamwoorden en de juiste tijden in.

    Herhaling A2: pronomi diretti · pronomi indiretti · ne e ci

    1. – Hai mandato il preventivo al cliente? – Sì, ho mandato ieri.
    2. – E le condizioni? – ho spiegate al telefono.
    3. – Puoi girare la mail anche a me? – Certo, giro subito.
    4. – Se chiede lo sconto? – Non possiamo fare, purtroppo.
    5. – I documenti mancanti? – Ha detto che manda domani. (a noi)
    6. – Bene, poi dici tu com’è andata? (a me)

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: de e-mail van een museum.

La visita del 20: ve la confermiamo

daUfficio gruppi <gruppi@museocivico.it>

ascuola.manzoni@edu.it

dataven 6 mar, 12:02

Gentile professoressa,

la visita per le due classi è confermata: ve la segniamo per venerdì 20 alle 9.30.

I biglietti non serve stamparli: ai ragazzi glieli diamo noi all'ingresso, insieme alla mappa. Le audioguide invece sono poche: ve ne possiamo garantire quindici.

Il laboratorio del pomeriggio è la parte più bella: il materiale ce lo mettiamo noi, voi portate solo i grembiuli.

Se vi serve la fattura, ce lo dica entro mercoledì e gliela prepariamo per il giorno stesso.

A presto,
l'ufficio gruppi

Vragen

Quante audioguide possono garantire?

Che cosa deve portare la scuola?

«Ve ne possiamo garantire quindici»: «ne» sta per…

Completa: «Serve la conferma a Marta? ___ mando io» (a lei, la conferma).

Nog een tekst over dit onderwerp? De mededeling van de VvE

Nog één keer

Versmelt de voornaamwoorden:

  1. Il caffè per il dottore? porto io.
  2. Questa brioche è buonissima: consiglio.
  3. Il resto? tenga pure.
  4. Di paste sono rimaste tre.
  5. La ricevuta? un attimo fa.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De gecombineerde voornaamwoorden in het Italiaans?
Warmt u het voor me op? Ik breng het hem: aan de toog reizen voornaamwoorden in paren. Wanneer een indirect voornaamwoord een direct ontmoet, versmelten ze: mi + lo = me lo, gli + la = gliela . De volgorde ligt vast, indirect eerst: me lo porta? Glielo chiedo subito .
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • mi lo scaldi, per favore?me lo scaldi (mi wordt me voor lo)
  • gliel’ho portato, la spremutagliel’ho portata (de aanpassing volgt la spremuta)
Zijn er oefeningen en een PDF over De gecombineerde voornaamwoorden?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
In welke volgorde staan ze?
Het meewerkend voorwerp eerst, het lijdend voorwerp daarna: me lo dai, je geeft het me. Dat is precies andersom dan in het Nederlands, waar «het» vaak eerst komt.
Waarom wordt gli lo tot glielo?
Om de uitspraak: gli en le smelten allebei samen tot glie- en worden aan het tweede voornaamwoord vastgeschreven. Dus glielo, gliela, glieli, gliele, gliene.
Hoe zie ik het verschil tussen aan hem en aan haar?
Dat zie je niet: glielo do is zowel «ik geef het hem» als «ik geef het haar». Alleen de context maakt het duidelijk, of je zegt lo do a lei.
Waar staan gecombineerde voornaamwoorden bij een infinitief?
Vastgeplakt, allebei: voglio dartelo, devo dirglielo. Met potere, volere en dovere mogen ze ook allebei vooraan: te lo voglio dare.
Past het deelwoord zich aan bij gecombineerde vormen?
Ja, aan het lijdend voorwerp: gliel'ho data, ik heb het haar gegeven, als het om la lettera gaat. Het meewerkend voorwerp heeft geen invloed.