Download on the App StoreVerder in de appIn de app
25 leesboeken op niveau en een woordenboek met 4.000 woordenApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · C1

De tijdenopeenvolging

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Een lommerrijke straat langs het water, met tafeltjes onder de luifels en een klokkentoren · Italiaanse grammatica C1
Hij wist dat het een klassieker zou worden: proza is een klok.

Op C1 is de tijdenopeenvolging geen lijst met gevallen meer maar eén enkele klok: de hoofdzin bepaalt het waarnemingspunt, de bijzin verklaart of het feit ervoor, tegelijk of erna komt. Het geldt voor de indicatief en de conjunctief, en het proza van de klassiekers bewijst het op elke pagina.

  • 5min lezen
  • 15min oefeningen
  • C1niveau

Wat je leert

  • dice che, disse che
  • Hoe werkt de tijdenopeenvolging
  • Het systeem met de indicatief
  • Woordenschat: la letteratura

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Het Nederlands kent geen vaste regels voor de opeenvolging van wijzen; het Italiaans wel, en op C1 moeten ze vanzelf gaan. Let vooral op de toekomst in het verleden: disse che sarebbe partito, waar wij zei dat hij zou vertrekken zeggen.

De tijdlijn
trapassatopassato prossimopresentefuturoNU

De trapassato zegt wat al gebeurd was vóór een ander feit in het verleden.

25 leesboeken op niveau en een woordenboek met 4.000 woordenApp Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

Het systeem met de indicatief

HoofdzinErvoorTegelijkErna
dice cheha scritto / scrissescrivescriverà
disse cheaveva scrittoscrivevaavrebbe scritto

Het systeem met de conjunctief

HoofdzinErvoorTegelijk / erna
crede cheabbia scrittoscriva
credeva cheavesse scrittoscrivesse
De toekomst-in-het-verleden is altijd de condizionale passato, nooit de condizionale presente: Manzoni sapeva che i Promessi sposi sarebbero diventati un classico. Het is de cel van de tabel die buitenlandse oren het vaakst fout doen.

In het proza van de klassiekers

ZinMechanisme
Renzo credeva che la giustizia fosse uguale per tutticredeva → contemporaneo → imperfetto
capì che don Abbondio aveva avuto pauracapì → anteriore → trapassato
Lucia sperava che tutto si sarebbe risoltosperava → posteriore → condizionale passato

De meest gemaakte fouten

  • sapeva che il romanzo diventerà famososapeva che il romanzo sarebbe diventato famoso (toekomst in het verleden)
  • credeva che l’autore è morto giovanecredeva che l’autore fosse morto giovane (congiuntivo trapassato)
  • penso che Leopardi scrivesse questa poesia a vent’annipenso che Leopardi abbia scritto questa poesia a vent’anni (eerder dan nu)

Wist je dat?

De tijdenopeenvolging is de laatste horde vóór echt vloeiend Italiaans, en niet omdat de vormen moeilijk zijn: omdat er drie assen tegelijk in het spel zijn. De tijd van de hoofdzin, de verhouding tussen de twee gebeurtenissen, en de wijs die het werkwoord van de hoofdzin oplegt. Het Nederlands regelt dat met context en bijwoorden; het Italiaans met morfologie.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 Il posteriore nel passato

    Dopo un verbo al passato, il futuro diventa condizionale composto. Completa.

    1. Disse che (partire) il giorno dopo.
    2. Pensavo che (tu / arrivare) prima.
    3. Sapevamo che (loro / non venire) .
    4. Aveva promesso che ci (aiutare) .
    5. Speravo che la cosa (finire) presto.
    6. Era chiaro che (esserci) dei problemi.

  2. 02 Indicativo o congiuntivo, e quale

    Completa scegliendo il tempo esatto: presente, passato, imperfetto o trapassato del congiuntivo.

    1. Credo che ieri (lui / sbagliare) .
    2. Credevo che ieri (lui / sbagliare) .
    3. Dubito che ora (loro / capire) .
    4. Dubitavo che allora (loro / capire) .
    5. Mi sembra che (voi / già decidere) .
    6. Mi sembrava che (voi / già decidere) .

  3. 03 Nelle subordinate implicite

    Con lo stesso soggetto si usa l’infinito: semplice per la contemporaneità, composto per l’anteriorità. Completa.

    1. Credo di (sbagliare) adesso.
    2. Credo di (sbagliare) ieri.
    3. Pensava di (arrivare) in tempo.
    4. Pensava di (arrivare) troppo tardi.
    5. Sono contento di (vederti) .
    6. Sono contento di (vederti) ieri sera.

  4. 04 Il verbo reggente cambia tutto

    Riscrivi la frase mettendo il verbo principale al passato.

    1. Penso che sia stanco. →
    2. Credo che abbia finito. →
    3. Spero che venga domani. →
    4. Dice che ha capito. →
    5. Immagino che sia partita. →
    6. So che tornerà. →

  5. 05 La relazione al consiglio

    Completa rispettando la concordanza. Attenzione alle maiuscole: alcune lacune aprono la frase.

    Herhaling B2: concordanza al congiuntivo · discorso indiretto

    1. Il presidente ha dichiarato che il bilancio (essere) già stato approvato.
    2. Nessuno immaginava che i costi (crescere) tanto nel semestre precedente.
    3. Si riteneva che l’anno successivo (esserci) un recupero.
    4. opportuno che il consiglio (deliberare) entro giugno. (essere, presente)
    5. Alcuni membri hanno chiesto che la questione (rinviare) alla seduta seguente.
    6. Si spera ora che la situazione (stabilizzarsi) entro l’autunno.

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Nog één keer

Zet de tijdenklok gelijk:

  1. Il critico disse che il romanzo nella storia.
  2. Credevo che Calvino solo romanzi.
  3. Penso che Elsa Morante una delle voci più grandi del Novecento.
  4. Sapevamo che la traduzione anni di lavoro.
  5. Sperava che il suo libro anche all’estero.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De tijdenopeenvolging in het Italiaans?
Hij wist dat het een klassieker zou worden: proza is een klok. Op C1 is de tijdenopeenvolging geen lijst met gevallen meer maar eén enkele klok: de hoofdzin bepaalt het waarnemingspunt, de bijzin verklaart of het feit ervoor, tegelijk of erna komt.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • credeva che l’autore è morto giovanecredeva che l’autore fosse morto giovane (congiuntivo trapassato)
  • penso che Leopardi scrivesse questa poesia a vent’annipenso che Leopardi abbia scritto questa poesia a vent’anni (eerder dan nu)
Zijn er oefeningen en een PDF over De tijdenopeenvolging?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Wat is de kern van de regel?
De hoofdzin bepaalt het vertrekpunt, de bijzin drukt uit of het feit ervoor, tegelijk of erna ligt. Ervoor: voltooide tijd. Tegelijk: onvoltooide. Erna: toekomende, of condizionale passato als de hoofdzin in het verleden staat.
Wat verandert er met een hoofdzin in het verleden?
Alles schuift een stap terug: presente wordt imperfetto, passato prossimo wordt trapassato, futuro wordt condizionale passato. Dezelfde verschuiving als in de indirecte rede.
Geldt dit ook voor de indicatief?
Ja, al is de indicatief soepeler: so che viene, sapevo che veniva. De strengheid geldt vooral voor de conjunctief.
Wanneer mag je afwijken?
Bij algemeen geldige waarheden (mi ha detto che la Terra gira) en bij feiten die nog waar zijn. Dan mag de presente blijven, ook na een verleden hoofdzin.
Wat is de meest gemaakte fout op C1-niveau?
De condizionale presente voor de toekomst in het verleden: pensavo che verrebbe in plaats van sarebbe venuto. Het is de fout die het verschil markeert tussen goed en heel goed Italiaans.