Grammatica · A1
De eenvoudige voorzetsels
door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Het zijn acht kleine, onvermoeibare woorden: di, a, da, in, con, su, per, tra. De echte valkuilen zijn er drie: a of in bij plaatsen, da bij personen, di voor herkomst. De rest is oefening.
- 4min lezen
- 19min oefeningen
- A1niveau
Wat je leert
- di, a, da, in, con, su
- Wanneer gebruik je de eenvoudige voorzetsels
- De eerste volledige ronde
- Woordenschat: il viaggio
Italiaans en het Nederlands naast elkaar
Hier helpt vertalen niet. Nederlands zegt in Rome en naar Rome; Italiaans zegt a Roma voor allebei, maar in Italia voor het land. Andare a scuola, andare in banca, essere da Marco: het voorzetsel hoort bij de uitdrukking. Leer ze vast aan hun zelfstandig naamwoord, zoals je ook wachten op als geheel hebt geleerd.



De woorden van deze pagina
Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.
De eerste volledige ronde
| Voorz. | Hoofdgebruik | Reisvoorbeeld |
|---|---|---|
| di | possesso, origine | il biglietto di Marco, sono di Milano |
| a | città, destinazione, orari | vado a Torino, arrivo alle otto |
| da | provenienza; da una persona | parto da Roma, vado da Luca |
| in | paesi e regioni; mezzi | in Italia, in Toscana, in treno |
| con | compagnia, mezzo | viaggio con mia sorella, con la valigia |
| su | sopra; argomento | il bagaglio è sul treno, un libro su Venezia |
| per | scopo, direzione, durata | il treno per Firenze, per due giorni |
| tra / fra | tempo futuro; posizione | parto tra un’ora, tra Roma e Napoli |
De meest gemaakte fouten
vado in Roma→ vado a Roma (steden nemen a)abito a Italia→ abito in Italia (landen nemen in)vado a Marco stasera→ vado da Marco stasera (personen nemen da)parto con il treno delle 9 per 2 ore→ de reis duurt twee uur: per markeert doel of geplande duur
Wist je dat?
De voorzetsels zijn het laatste wat een gevorderde spreker foutloos krijgt, en dat komt doordat ze uit het Latijn zijn gehaald en daarna hun eigen gang zijn gegaan. Da alleen al betekent «van», «bij», «sinds», «om te» en «als»: vengo da Roma, vado dal medico, da tre anni, qualcosa da mangiare, da bambino. Er is geen regel die dat sluit; er zijn combinaties die je vaak genoeg hoort.
Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: de groepschat van de cursus Italiaans.
3 partecipanti
Vragen
A che ora arriva chi viene da Firenze?
Perché «a Siena» ma «in centro»?
Completa: «Vado ___ Roma ___ macchina».

Oefeningen
Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.
01 A o in?
Steden krijgen a, landen en regio’s krijgen in. Vul aan.
- Abito Milano.
- Abito Italia.
- Vado Berlino.
- Vado Germania.
- Lavoro Toscana.
- Studio Bologna.
02 Di chi è, di dove è
Vul di of da in.
- Questo è il libro Marco.
- Sono Napoli.
- Vengo Napoli adesso.
- Lavoro lunedì a venerdì.
- Un bicchiere acqua, per favore.
- Vado mia sorella stasera.
03 Con, per, su, tra
Vul het juiste voorzetsel in.
- Esco i miei amici.
- Questo regalo è te.
- Il libro è tavolo.
- Ci vediamo dieci minuti.
- Parto Roma domani.
- Vado piedi.
04 Il verbo chiede la sua preposizione
Elk werkwoord heeft het zijne. Vul aan.
- Vado scuola.
- Comincio lavorare alle nove.
- Finisco lavorare alle sei.
- Parlo mia madre.
- Parliamo lavoro.
- Penso te.
- Ho bisogno aiuto.
05 Dove sei, dove vai
Vul het bericht aan met voorzetsels, werkwoorden en c’è / ci sono.
Herhaling presente indicativo · essere e avere · c’è e ci sono
- Ciao! (io / essere) Firenze tre giorni.
- Sto un amico: la sua casa vicino centro.
- Qui molti turisti, ma bello lo stesso.
- Domani (io / partire) Siena treno.
- Torno Milano domenica: (io / avere) lezione lunedì.
- E tu, (venire) me il weekend prossimo?
Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →
Neem deze pagina mee
Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.



Elk onderwerp, een wereld
In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.
Halve leerlijn gratis, zonder account
★★★★★(6)van Alessio, docent sinds 2018
Download Ti voor iPhone ↗︎Zoek op amo Italiaans

Lees en begrijp
De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een ansichtkaart uit Siena.
Caro Jonas,
sono partito da Firenze alle otto e sono arrivato a Siena in un'ora.
Abito in centro, da una signora che affitta stanze. Vado a scuola a piedi.
Domenica andiamo in treno a Pisa, poi da Marta a Lucca.
Ci vediamo a luglio!
Sanne
ITALIANE
C.P.
Kerkstraat 9
3581 RA Utrecht
Vragen
Come va a scuola Sanne?
«Abito da una signora» significa…
Completa: «Torno ___ casa ___ mezzanotte».
Nog een tekst over dit onderwerp? Een etiket lezen
Nog één keer
Kies het voorzetsel:
- Domani vado Napoli treno.
- Questo è il biglietto Anna.
- Il treno Firenze parte dieci minuti.
- Stasera andiamo Luca a cena.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je De eenvoudige voorzetsels in het Italiaans?
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
abito a Italia→ abito in Italia (landen nemen in)vado a Marco stasera→ vado da Marco stasera (personen nemen da)parto con il treno delle 9 per 2 ore→ de reis duurt twee uur: per markeert doel of geplande duur