Download on the App StoreVerder in de appIn de app
Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

Grammatica · A2

De samengetrokken voorzetsels

door Alessio · docent Italiaans voor anderstaligen, master ITALS

Toscaanse heuvels met cipressen, in de ochtendnevel · Italiaanse grammatica A2
In het bos, op de top, van het meer: de natuur verken je via samentrekkingen.

Wanneer di, a, da, in, su het lidwoord ontmoeten, versmelten ze: in + il = nel, su + la = sulla. Het is geen extra regel: het is dezelfde lidwoordkeuze die je al kent, met het voorzetsel ervoor.

  • 4min lezen
  • 18min oefeningen
  • A2niveau

Wat je leert

  • a, da, in, su
  • Wanneer gebruik je de samengetrokken voorzetsels
  • De meest gemaakte fouten
  • Woordenschat: la natura

Italiaans en het Nederlands naast elkaar

Het Nederlands laat voorzetsel en lidwoord los staan: van de, naar het. Het Italiaans versmelt ze tot één woord: di + il = del, a + la = alla. Er valt niets te kiezen: staat er een lidwoord, dan is de versmelting verplicht.

Het volledige traject, van A1 tot C2App Store★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018Ga verder in de app →

De woorden van deze pagina

Sleep elk Italiaans woord naar zijn definitie, of tik eerst op het woord en dan op het vakje.

De volledige tabel

illolal'iglile
dideldellodelladell'deideglidelle
aalalloallaall'aiaglialle
dadaldallodalladall'daidaglidalle
innelnellonellanell'neineglinelle
susulsullosullasull'suisuglisulle
Con en per blijven tegenwoordig bijna altijd los: con il cane, per la strada. En di + lidwoord maakt ook het partitief: del pane, delle mele, oftewel «wat».

In de natuur

ZinSamentrekking
camminiamo nel boscoin + il
il rifugio è sulla cimasu + la
torniamo dal lago al tramontoda + il
il sentiero parte dagli alberi grandida + gli
l’acqua della cascata è gelidadi + la

De meest gemaakte fouten

  • vado a il marevado al mare (a + il = al)
  • il sentiero passa in il boscopassa nel bosco (in + il = nel)
  • sullo spiaggiasulla spiaggia (la spiaggia is vrouwelijk)

Wist je dat?

De samengetrokken voorzetsels zijn geen spellingtruc maar bevroren uitspraak: de il werd del omdat niemand die twee woorden los uitsprak. In het Italiaans van de dertiende eeuw schreef men ze ook nog los, en sommige combinaties zijn pas laat gestold. Van con is er bijna niets meer over: col en coi bestaan, maar de meeste mensen schrijven gewoon con il.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: het bord van de bibliotheek.

BIBLIOTECA CIVICA

Orari e servizi

Aperturadal lunedì al venerdì, dalle 9.00 alle 19.00

Sabatosolo la mattina, fino all'una

Sala studioal primo piano, in silenzio

Bambininella sala piccola; sullo scaffale basso i nuovi arrivi

Prestitotre libri alla volta, per un mese

Nel mese di agosto la biblioteca resta chiusa.

Vragen

Fino a che ora è aperta il sabato?

Quanti libri si possono prendere in prestito?

«Dalle 9.00 alle 19.00»: «dalle» è…

Completa: «I libri nuovi sono ___ scaffale» (su + lo).

De leeszaal van de Biblioteca Marucelliana in Florence
Dal lunedì al venerdì, sullo scaffale basso: de samentrekkingen aan het werk.

Oefeningen

Vijf oefeningen op volgorde van moeilijkheid. De laatste halen er eerdere onderwerpen bij.

  1. 01 La tabella

    Verbind voorzetsel en lidwoord.

    1. a + il →
    2. di + la →
    3. in + i →
    4. da + lo →
    5. su + le →
    6. a + l’ →
    7. di + gli →
    8. in + la →

  2. 02 Dove sono le cose

    Vul het samengetrokken voorzetsel in.

    1. Il libro è tavolo. (su)
    2. Le chiavi sono borsa. (in)
    3. Il gatto è divano. (su)
    4. I bicchieri sono armadio. (in)
    5. La macchina è garage. (in)
    6. I quaderni sono zaini. (in)

  3. 03 Andare, venire, tornare

    Vul a / in in, enkelvoudig of samengetrokken.

    1. Vado cinema.
    2. Vado Roma.
    3. Torno ufficio.
    4. Torno ufficio di Marco.
    5. Vengo stazione.
    6. Andiamo montagna.

  4. 04 Di chi, di che cosa

    Vul di in, enkelvoudig of samengetrokken.

    1. È il libro professore.
    2. È un libro storia.
    3. La casa mie amiche è grande.
    4. Parliamo vacanze.
    5. Parliamo lavoro.
    6. Il colore occhi.

  5. 05 Istruzioni per arrivare

    Vul enkelvoudige en samengetrokken voorzetsels in, en de werkwoorden in de toekomende tijd.

    Herhaling futuro semplice · A1: preposizioni semplici

    1. (tu / scendere) terza fermata.
    2. Poi (andare) dritto fino semaforo.
    3. La casa è destra, accanto farmacia.
    4. Il codice portone è 1974.
    5. (io / aspettarti) secondo piano.
    6. Se (tu / perdersi) , (chiamarmi) .

Deze vijf zijn een voorproefje. Op de site staan er meer dan zevenhonderd, gratis en zonder account. Alle oefeningen →

Neem deze pagina mee

Het overzicht van dit hoofdstuk als afdrukbare PDF (tabellen in het Italiaans): regels, typische fouten en de oefening met oplossingen. Een tip van een docent: grammatica blijft hangen door vaak te herhalen, niet door eén keer te stampen.

Download het overzicht (PDF)
App TiApp TiApp Ti

Elk onderwerp, een wereld

In de app Ti oefen je grammatica binnen thematische leerpaden met vakspecifieke woordenschat: il bar, i trasporti, il calcio, la moda, la burocrazia en zeventien andere. Kies je wereld en de grammatica komt vanzelf mee, ook in het Nederlands uitgelegd.

Halve leerlijn gratis, zonder account

€5,83 per maandmet het jaarabonnement

★★★★★(7)van Alessio, docent sinds 2018

Download Ti voor iPhone ↗︎

Zoek op amo Italiaans

Een bloementapijt op straat voor het feest
Dal 10 al 12 maggio, nei giardini bassi: het hele feest is samengetrokken.

Lees en begrijp

De grammatica van dit hoofdstuk. Voorbeeld: een artikel over het bloemenfeest.

La Gazzetta della Domenica

sabato 3 maggio · pagina 12

In città

Torna la festa dei fiori

di Marco Belli

Dal 10 al 12 maggio il centro si riempie di banchi e profumi. Si comincia venerdì alle 16 nei giardini bassi, con i vivai della costa.

Sabato i banchi salgono sul corso: cento espositori, dall'alba al tramonto.

Domenica il gran finale nella piazza grande: alle 18 la pioggia di petali dai balconi del municipio.

Vragen

Quando comincia la festa?

Da dove scende la pioggia di petali?

«Dai balconi»: «dai» è…

Completa: «Il treno parte ___ binario tre» (da + il).

Nog een tekst over dit onderwerp? Het museumkaartje · Openingstijden lezen

Nog één keer

Versmelt voorzetsel en lidwoord:

  1. Facciamo un picnic parco.
  2. Il rifugio è montagna più alta.
  3. Torniamo lago prima del buio.
  4. Le foglie alberi stanno cambiando colore.
  5. C’è ancora acqua nella borraccia? Anzi: acqua.

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je De samengetrokken voorzetsels in het Italiaans?
In het bos, op de top, van het meer: de natuur verken je via samentrekkingen. Wanneer di, a, da, in, su het lidwoord ontmoeten, versmelten ze: in + il = nel, su + la = sulla . Het is geen extra regel: het is dezelfde lidwoordkeuze die je al kent, met het voorzetsel ervoor.
Wat zijn de meest gemaakte fouten?
De fouten die ik in de les het vaakst hoor:
  • il sentiero passa in il boscopassa nel bosco (in + il = nel)
  • sullo spiaggiasulla spiaggia (la spiaggia is vrouwelijk)
Zijn er oefeningen en een PDF over De samengetrokken voorzetsels?
Op deze pagina staan 5 interactieve oefeningen die zichzelf nakijken, met de antwoorden, plus een printbaar PDF-blad. Alles gratis, zonder account.
Welke voorzetsels trekken samen met het lidwoord?
Vijf verplicht: di, a, da, in, su. Con mag maar hoeft niet. Per, tra en fra nooit.
Waarom wordt di il tot del en in il tot nel?
Door klankverandering: bij di en in verandert de klinker (del, nel), bij a, da en su blijft hij (al, dal, sul). De l van het lidwoord verdubbelt altijd voor een klinker: dell'amico, nell'acqua.
Wat is het partitieve del?
Hetzelfde woord in een andere rol: het betekent «wat» of «een beetje». Vorrei del pane, ik wil graag wat brood; ho comprato delle mele, ik heb wat appels gekocht. Het is het Italiaanse equivalent van het Franse du.
Wanneer gebruik je nel en wanneer in zonder lidwoord?
Bij algemene plaatsen zonder lidwoord (in banca, in centro, in Italia), bij bepaalde plaatsen mét (nella banca di Marco, nel centro di Roma). De bepaaldheid beslist.
Hoe zeg je bij de dokter en van de bakker?
Dal dottore en dal panettiere, allebei met da plus lidwoord. Bij personen en beroepen is da het voorzetsel, ook als je er naartoe gaat.